Geboren: 17-05-1938, Ferwerd
Overleden: 15-03-2011, Leeuwarden

Leven en werk

Trinus Riemersma is geboren en getogen in Ferwert in het noorden van Fryslân in een orthodox hervormd gezin. Zijn vader was landarbeider; hij was de jongste van vier kinderen. Op de christelijke kweekschool in Dokkum haalde hij zijn onderwijzersdiploma. Als onderwijzer werkte hij aan de basisscholen van Gau en Herbaijum. Intussen was hij begonnen met de studie Frysk MO-A, waarvoor hij in 1964 slaagde. Zijn MO-B Frysk haalde hij in 1976 en meteen daarna schreef hij zich in aan de VU in Amsterdam voor het doctoraal Friese taal- en letterkunde. In 1979 kreeg hij daar een benoeming als wetenschappelijk medewerker met als opdracht een promotieonderzoek naar het Fries proza uit de periode 1855-1945. Zijn dissertatie was Proza van het platteland. Een onderzoek naar de normen en waarden in het grotere Friese proza van 1855 – 1945, waarop hij in 1984 promoveerde. Riemersma was daarna verbonden als docent aan de VU (die de subfaculteit Fries opdoekte in 1992) en als docent en later als hoofd van de opleiding Frysk van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL). In 1996 nam hij afscheid van het onderwijs en ging hij met FPU.

Debuut
Toen Riemersma in Dokkum op de kweekschool zat sloot hij zich aan bij de pas opgerichte Kristlik Fryske Jongerein (KFJ), een idealistische beweging die zich inzette voor het behoud en de ontwikkeling van de Friese taal. Voor het maandblad van de KFJ, De Gouden Tiid, schreef hij zo nu en dan een stukje en daarmee zette hij zijn eerste stappen op het schrijverspad. Hij experimenteerde met verhalen en gedichten; in 1962 won hij met het verhaal ‘Minske tusken ierde en himel’ een Rely Jorritsmapriis. Dat stimuleerde hem om verder te gaan. Een jaar later volgde zijn debuutroman Fabryk (1964). Deze roman veroorzaakte grote beroering in de Fries-literaire wereld. Zo werd de recensie die vaste medewerker Tiny Mulder voor het Friesch Dagblad had geschreven door hoofdredacteur Hendrik Algra niet opgenomen. In plaats daarvan een korte mededeling dat de krant weigerde een dergelijk boek te bespreken, reden voor Mulder om voorlopig geen recensies meer voor het FD te schrijven. De verdere reacties waren tegengesteld. Aan de ene kant stonden recensenten die de literaire waarde van het boek en het talent van de schrijver hoog achtten, aan de andere kant degenen die vonden dat het door de vrijmoedige seksuele beschrijving in de roman de verkeerde kant opging met de Friese literatuur. In 1963 was van Anne Wadman al De smearlappen verschenen. Het verschijnen van beide boeken betekende een breuk met de Friese literatuur tot dan toe. Vernieuwend was het doorbreken van seksuele taboes, de ontluisterende thematiek en het schrijven vanuit de eerste persoon. Voor Fabryk kwam daar nog bij dat de hoofdpersoon niet leeft in het plattelandsmilieu maar dat hij fabrieksarbeider is. In 1965 kwam er een geautoriseerde Nederlandse vertaling uit met de titel Fabriek, die door de Nederlandse recensenten positief werd ontvangen. Riemersma kreeg in 1967 voor Fabryk de Gysbert Japicxpriis, de ‘P.C. Hooftprijs van de Friese literatuur’.

Experiment met de vorm
Zijn tweede roman By de hannen om’t ôf (‘Bij je handen afgebroken’) verscheen in 1965. Hij schreef er later over dat de meeste lezers ‘zo hoffelijk zijn geweest te vergeten dat ik dat ooit heb geschreven’. In 1966 kwam de derde met de titel Minskrotten-Rotminsken (nachtboek), in 1967 in het Nederlands uitgegeven als De verwoesting van Leeuwarden. De schrijver experimenteert in het boek met verschillende vertelperspectieven door de verhaallijn af te wisselen met schrijverscommentaar en polemische fragmenten over literatuur, maatschappij en geloof. Ook dat boek riep in sommige milieus felle reacties op, omdat enkele passages als godslasterlijk werden opgevat. Het Friesch Dagblad verbood zijn recensent om over het boek te schrijven. Het boek was er mede de aanleiding toe dat het tot een confrontatie kwam tussen Riemersma en het schoolbestuur van zijn school in Gau, wat resulteerde in zijn ontslag als onderwijzer. Een paar jaar later kon het schoolbestuur zich echter wel vinden in de vernietiging van het ontslag. Riemersma was toen echter al verhuisd.

Eerste productieve periode: tot 1979
Riemersma ontwikkelde zich als virtuoos stilist en zocht steeds nieuwe wegen voor zijn literaire vorm. Een van de resultaten daarvan was zijn spel met het vertelperspectief. Dat kwam duidelijk naar voren in de roman De hite simmer (1968, ‘De hete zomer’). Hoofdpersoon is de wilde meid Evelyn Tysling uit het dorp Blauwier, die vermoord wordt aangetroffen. Het verhaal wordt verteld in drie lagen: het mannelijk-hemelse, het vrouwelijk-aardse en het onzijdig-onderaardse. De drie verhalen zijn ook typografisch verschillend verdeeld over de bladzijden en kunnen zo ook op elk niveau apart worden gelezen. Het thema van het boek, de positie van een buitenstaander in een kleine dorpsgemeenschap, protest tegen de dorpsmoraal en intolerantie, kende Riemersma uit eigen ervaring.
Na zijn ontslag in Gau kreeg Riemersma een baan aan de lagere school in Herbayum, waar Josse de Haan zijn collega was. Hij was redactielid van het literaire tijdschrift De Tsjerne dat in die tijd een turbulente periode doormaakte vanwege de strijd tussen traditionele schrijvers en vernieuwers. Toen de vernieuwers hadden gewonnen, ging het vanaf 1969 verder als Trotwaer. In deze periode wierp Riemersma zich ook op het korte verhaal, waarin hij zich een ware meester betoonde. Bij een breed publiek is bekend het verhaal ‘De skriuwer foar it doarpsbelang’, een sarkastisch stuk waarin een jonge schrijver op een voorleesavond van het dorpsbelang vanwege kritiek van de aanwezigen steeds verder gaat met het schrappen in zijn tekst over een dorp totdat er niets anders overblijft dan één korte zin. Riemersma hechtte zeer aan dit verhaal, omdat ‘daarin de schrijversintentie en de lezersreactie zo diametraal tegenover elkaar staan’. Hij schreef het in 1967 als wraak ‘op al die slome klootzakken die niet in staat waren literatuur te lezen en te begrijpen’ (citaat uit het voorwoord bij de toneelbewerking in 1986).
Riemersma zag overigens wel het belang van het schrijven voor een groot publiek, zeker bij een minderheidstaal als het Fries, en hij wilde daarvoor zijn vakmanschap ook inzetten. Uitgaande van deze gedachte schreef hij in deze periode twee misdaadromans.

Spellingsoorlog
Eind jaren zestig woedde er in Fryslân een ware spellingsoorlog. Vanaf ongeveer 1962 pleitten vooral onderwijsmensen voor een meer fonologische [niet: ‘fonetische’] spelling van het Fries. Die zou het leren schrijven van de taal door moedertaalsprekers gemakkelijker maken en meer recht doen aan de spreekwoordelijke klankrijkdom van het Fries. De breuk met het bestaande woordbeeld was echter groot, evenals het verlies van parallellie met het Nederlandse woordbeeld. Toen de gezamenlijke uitgevers in 1969 aangaven dat zij zouden stoppen met het uitgeven van Fries werk als de spelling zou worden gewijzigd, richtten een aantal schrijvers de Koperative Utjowerij op. Deze was coöperatief eigendom van de schrijvers zelf. Riemersma was daarin een van de drijvende krachten en na 1970 publiceerde hij zijn werk in het meest vergaande spellingsvoorstel, dat hij later verder uitwerkte. Hiermee vervreemdde hij zich van zijn lezers. De KU liet de schijvers overigens vrij in hun spellingskeuze. Toen in 1976 Provinciale Staten zich de bevoegdheid toeëigenden de officiële spelling vast te leggen en de vernieuwers slechts op kleine puntjes hun zin kregen, legden de meesten zich bij het onvermijdelijke neer. Riemersma hield in bepaalde gevallen vast aan zijn eigen spelling, tot en met zijn grote werk De Reade Bwarre uit 1992.

Sombere boeken
Over de beide in 1974 verschenen romans Jest yn ’e Ardinnen en Myksomatoze was Riemersma niet zo tevreden. In de verhalenbundel Fôi en fredeloas (‘In gevaar en zonder veiligheid’) toonde hij opnieuw zijn behoefte te experimenteren met de vorm. Na De skjintme vurt ferbwolgwodde (‘De schoonheid onder de hamer’), geschreven eind jaren zeventig in een aantal weekenden en gepubliceerd in 1981, was hij voorlopig uitgeschreven, Bovengenoemde vier titels behoren tot de somberste uit zijn werk. Was de toon van de voorafgaande romans nog opstandig en in zekere zin hoopvol, nu werd de mens voorgesteld in al zijn ontluistering: een wolf onder de wolven, cynisch egoïst. Critici rekenen overigens met name De skjintme... tot het beste wat Riemersma heeft geschreven.

Tweede periode van literaire activiteit – De Reade Bwarre
Door het wetenschappelijk werk waarmee Riemersma zich vanaf 1979 bezighield, kwam hij niet meer toe aan het schrijven vanfictie. Toen las hij eind jaren tachtig het manuscript van De Wuttelhaven del van Steven de Jong, een generatiegenoot die ook bij de Koperative Utjowerij publiceerde. Het boek verscheen in 1989. Het maakte grote indruk op hem en stimuleerde hem om zelf ook weer de pen ter hand te nemen. Hij haald het manuscript van De Reade Bwarre, dat al voor een gedeelte klaar was, uit de la, zette de tekst op diskette en voltooide het boek. Het boek kan gezien worden als een verbindingsschakel tussen zijn eerst en tweede schrijfperiode, omdat hij er al veel eerder mee was begonnen.
De vijfhonderd pagina’s tellende roman bevat een aantal lijnen: over de familie Modderklauer, een keuterboertjesgezin uit Ferwert; over Tilly, een Friese schrijver die laat in het voorjaar van 1938 is geboren in Ferwert (alter-ego van Riemersma), en over de Bwarristen, een religieuze stroming die in de tweede helft van de vijftiende eeuw werd gesticht door de rode kater Boldgrim (een parodie op het christendom); daarnaast speelt ook het reilen en zeilen van de Friese Beweging in de eerste helft van de twintigste eeuw een belangrijke rol. Voor het boek, algemeen beschouwd als Riermsma’s magnum opus, kreeg hij in 1995 de Gysbert Japicxprijs (zijn tweede).

Vrij om te schrijven

In 1996 verloor Riemersma zijn baan aan de NHL. Daarna kon hij zich volledig aan de literatuur wijden. Bijna elk jaar verschenen er wel een of meer titels van zijn hand, of boeken waaraan hij als samensteller had meegewerkt.
In 1998 schreef hij het boekenweekgeschenk Bretagne libre! tijdens zijn vakantie in Frankrijk. Hij beschouwde het als een ‘licht werkje’, zowel voor de schrijver als voor de lezer.
Veel meer moeite kostte hem het schrijven van Toate-los, dat onder de schrijversnaam Tryns-Ryms in hetzelde jaar verscheen. Het was de realisering van een idee dat hem al veel langer had beziggehouden, namelijk een tekst te schrijven in een simpele taal als het pidgin, met de bedoeling de lezer zoveel mogelijk te vervreemden, geheel volgens de literaire theorie van de Russische Formalisten. Uit het nawoord: ‘De Russische Formalisten zijn allang dood en begraven, maar ze hebben zoveel voor de moderne literatuurwetenschap gedaan, en het waren ook zulke enthousiaste en sympathieke lieden – dat ik hen postuum aan wat bewijsmateriaal wilde helpen.’
Het verhaal vertelt in zelfbedacht simplistisch Fries het verslag van een ruimtereiziger over land en mensen in Fryslân, ‘op land noem Fries’. ‘Ik heb niet het idee dat het boekje veel is gelezen. Jammer, want het was een curieus experiment’, schreef Riemersma er later over.
In 1999 kwam Nei de klap, het verhaal over de overlevingstocht van een groep kinderen door een troosteloze wereld na een grote ramp, die als zodanig niet in detail wordt beschreven. Het is een beklemmend boek, dat de mens terugwerpt op zijn basisbehoefte om te overleven. Hoofdpersonage Ake, een jongen uit Drachten die aan het eind van het verhaal 14 jaar is, behoudt bij alle hopeloosheid een stukje menswaardigheid en onverzettelijkheid. Van het boek verscheen in 2001 een vertaling door Jabik Veenbaas bij De Geus, Na de klap. Het werd door de kritiek goed ontvangen, maar sloeg niet aan bij het grote publiek.
De maatschappelijke discussie over ‘zinloos geweld’ en het ‘onechte sentimentele gedoe rond ernstige ziekten’ zetten Riemersma aan tot het schrijven van een omvangrijke parodie op de macht en de manipulatiezucht van de media, getiteld Sinleas geweld (‘Zinloos geweld’). Jabik Veenbaas sprak in zijn recensie in de Leeuwarder Courant over 'De komedie van het alziende blauwe oog'. Riemersma schreef Sinleas geweld met veel plezier en hij kon er zijn ergernis en spotzucht heerlijk in botvieren.

Jelke Bos en daarna
Ernstiger van toon en tegelijk vol met ironie was het volgende boek dat in de boekhandel (hoe jammer!) niet opgmerkt werd als een boek van Riemersma, omdat het volgens de tekst op het omslag was geschreven door de onbekende auteur Jelke Bos. Het bleek te gaan om de autobiografie van een hond, die in de periode na een bijnadoodervaring nadacht over zijn leven: Tinzen oer it libben en oer de dea (‘Gedachten over het leven en over de dood’). Op een luchtiger manier kwam daarin dezelfde thematiek terug als in Nei de klap: Je moet het leven accepteren zoals het is, het goede genieten en de pijn verdragen, en verder niet mauwen. Jelle van der Meulen, die ongeveer het volledige oeuvre van Riemersma voor Nederlandstaligen heeft beschreven in de aanschafinformatie voor bibliotheken, was er erg over te spreken op zijn Friese literatuurpagina. Klaas Jansma, die elke week in een rubriek op Omrop Fryslân een aantal boeken besprak, gaf er een bloemrijke gesproken recensie recensie over.
Dat Riemersma een vakman in hart en nieren was, bewees hij ook met de verzameling verhalen in de stijl van volksverhalen, gebundeld in Salang’t de beam bloeit (‘Zolang de boom bloeit’): sprookjes, sagen, legenden en dommeduivelvertellingen. Maar dan wel met een skabreuze inslag die de lezer niet zal aantrefen in traditionele volksverhalen. De bundel bewees opnieuw dat Riemersma met elk volgend literair werk een nieuwe vorm wilde beoefenen. Hij telde dit boek, samen met Bretagne libre! en de beide misdaadromans uit de eerste schrijfperiode niet tot zijn werkelijk literaire werk, maar beschouwde het als literatuur die hij als vakman voor een breder publiek moest maken.
Het lezen van het filmscenario van de speelfilm Nynke van Pieter Verhoeff zette hem ertoe aan zelf ook een filmscenario te schrijven. Het werd Healwize oanslaggen (‘Doldwaze/stomme aanslagen/streken’): het verhaal van terroristische zelfmoordcommando’s die de westerse wreld aanvallen met een biologisch wapen dat mensen in korte tijd dement maakt. De bedoeling was de vertelvorm van een film te imiteren in tekst. Het werd een ‘leesscenario’ als nieuwe literaire vorm in een verhaal vol actie, los van gedachten, moraal en ideologie. In het verlengde van het schrijven van scenario’s als leesteksten past ook Riemersma’s vertaling van het scenario van de film Festen.
In 2006 verscheen de novelle De fûgel (‘De fûgel’) die het thema behandelt van de angst voor het onverwachte en het vreemde. Het verhaal is gesitueerd in Italië.
Riemersma’s laatste roman is De acht foar achten trein, een 'splitscreenroman' die twee parallelle verhaallijnen tegelijk behandelt. Jetske Bilker vond het experiment in haar recensie in de Leeuwarder Courant niet echt geslaagd, omdat het niets toevoegde, maar ze had lof voor de karakterisering van het hoofdpersonage.

Dichtwerk
Riemersma is vooral bekend als prozaïst, maar hij heeft ook vier keer 25 gedichten uitgegeven: eerst achterin de roman De hite simmer (1968), en tussen 1970 en 1973 drie bundels: Riemersma II:25-50 (1970), Roazen ferwylje (‘Rozen verwelken’, 1972) en Teksten fwar ien hear (‘Teksten voor één heer’, 1973). De gedichten zijn opstandig, rancuneus en sarcastisch van inhoud, geschreven in een zeer directe en toegankelijke vorm. Critici waren over zijn poëzie wel te spreken. In 1996 werd het totaal gebundeld in Argewaasje fûn – argewaasje jûn (‘Geërgerd aan allen, allen geërgerd’). Cornelis van der Wal oordeelde in zijn recensie van deze bundel dat Riemersma er een derde Gysbert Japicxprijs voor verdiende.

Columnist

Bij veel krantenlezers is Riemersma het laatste decennium bekend geworden als columnist. Hij begon daarmee in 1993 in het tweewekelijkse blad, later maandblad, Frysk & Frij, tot het in 1997 ophield te verschijnen. Daarna volgden vier jaar voor het literair maandblad Trotwaer. In 2002 vertrok hij daar vanwege een conflict. Ik 2002 vroeg de Leeuwarder Courant hem om columns voor de krant te schrijven. Daarin gaf hij met scherpe pen zijn ergernis over allerlei zaken die de grote en kleine wereld betroffen. Uit de overlijdensadvertentie, geplaatst door de redactie van de krant: ‘De ene keer kon hij zich gevoelig tonen, de andere keer was hij scherp en meedogenloos. Altijd oorspronkelijk zijn eigen intuïtie volgend, als het moest of kon tegendraads, lak aan gangbare meningen, op die manier zijn lezers opscherpend’.
Een keuze uit de eerste tien jaar verscheen in 2004 in Op ’e nekke fan de wrâld (‘De wereld op diens nek’).

Myn eigen eker
Riemersma was redacteur van de literaire tijdschriften De Tsjerne en Trotwaer en begon in 1983 met het eenmanstijdschrift De Kul. Het bleef drie jaar bestaan. De komst van internet gaf hem de kans om een eigen schrijverspagina in te richten, die hij ‘Myn eigen eker’ noemde, ‘Mijn eigen terrein’. Zo vond hij de ruimte om zijn polemieken, achtergrondverhalen en losse bijdragen aan de wereld kwijt te kunnen.

Ander werk
Naast fictie heeft Riemersma ook een groot aantal essays, literatuurtheoretische en taalkundige artikelen en publicaties op zijn naam staan. Zijn polemieken uit de periode 1962-1972 werden gebundeld in Op ’e barrikaden en der by del. (‘De barricaden op en er weer af’).

Uitgeverij
Riemersma’s boeken werden na 1970 uitgegeven bij de Koperative Utjowerij (KU) in Bolsward, opgericht in 1970 door een groep schrijvers die ontevreden waren over hun uitgevers. Riemersma heeft lange jaren achtereen als vrijwilliger veel werk verzet voor de KU. In 2002 rees een conflict over de toekomst van het literaire tijdschrift Trotwaer, dat omgevormd moest worden tot een algemeen-cultureel maandblad. Riemrsma was daar op tegen en verliet de KU. Toe een paar maanden later schrijver josse de Haan de KU eveneens de rug toekeerde, besloten beide mannen om samen met Riemersma’s vrouw Dineke Bos een eigen uitgeverij op te richten onder de naam Venus. Venus bestond circa vijf jaar en werd daarna vanwege tekort aan manuscripten en subsidie opgedoekt.

Overzicht van belangrijkste werk


Romans
1964: Fabryk (5de dr. 1976, 6e dr. 1995 opnieuw verschenen in de serie ‘Fryske klassiken’, met een inleiding van Ph. H. Breuker)
1965: By de hannen om’t ôf
1966: Minskrotten-Rotminsken : (nachtboek) (3e dr. 1977, 4e dr. 2008)
1967: De moardner komt werom (detective)
1968: De hite simmer : in trije-slachtige roman oer it libben en de dea fan de seksbom tsjin wil en tank Evelyn Tysling en de reboelje yn it doarp Blauwier (2e dr. 1986)
1973: De mon sûnder gesicht (detective)
1974: Jest yn ’e Ardinnen
1974: Myksomatoze
1981: De skjintme vurt ferbwólgwódde
1992: De Reade Bwarre: romon (2de dr. 1993; 3ce pr. yn serie Nije biblioteek, TDE. 2010)
1998: Bretagne libre! (‘Boekewikegeskink’)
1998: Toate-los
1999: Nei de klap
2000: Sinleas geweld
2001: Tinzen oer it Libben en oer de Dea (onder ps. Jelke Bos, 2e dr. 2017)
2003: Healwize oanslaggen : filmsenario
2004: De nije Sineeske muorre: polityk-ynkorrekte roman
2006: De fûgel
2008: De fûgel: audioboek, voorgelezen door Wouter van der Wal
2009: De acht foar achten trein

Verhalenbundels
1967: De duvel misbeteard
1970: Myn folk, myn biminden: forhalen
1973: Oant du dea der óp fólget
1977: Fôi en fredeloas
1996: In fearnhûndert ferhalen
2000: Salang’t de beam bloeit : folksferhalen

Poëzie
1968: 25 fersen (achterin De hite simmer)
1970: Riemersma II:26-50
1972: Roazen ferwylje
1973: Teksten fwar ien hear
1996: Argewaasje fûn – argewaasje jûn (verzameling van vier eerdere bundels)

Divers
1977: It koarte ferhaal yn ’e Fryske literatuer fan de tweintichste ieu
1980: Type en talees (Un stúdzje oer it point of view)
1984: Proza van het platteland. Een onderzoek naar normen en waarden in het grotere Friese proza van 1855-1945 (dissertatie)
2004: Op ’e nekke fan ’e wrâld (Een keuze uit de columns 1992-2002)
2005: Op de barrikaden en der by del : Literêre striidskriuwerij 1965-1970
2006: Hoe binne de helten fallen (bezorger: artikelen over Bauke de Jong en diens kritiek op E.B. Folkertsma en de bundel Aarden vaten van Jan Piebenga)
2007: De kul oer it skouder (bezorger: artikelen over literair tijdschrift Quatrebras)
2011: Diktatuer fan it frije wurd (Een keuze uit de columns in de Leeuwarder Courant 2002-2011)

Toneel
1970: Elkenientsje
1986: De skriuwer fan it doarpsbelang
1995: Try-out
2005: It Feest (bewerking van script van de film Festen van Thomas Vinterberg)

Vertalingen
1965: Fabriek (Fabryk)
1967: De verwoesting van Leeuwarden (Minskrotten-Rotminsken)
2002: Na de klap (Nei de klap)
2017: Leven en dood volgens Jelke Bos (Tinzen oer it libben en oer de dea)

Prijzen

1963: Rely Jorritsmapriis – (verhaal In snein)
1965: Rely Jorritsmapriis – (verhaal Skûmplastic)
1967: Gysbert Japicxpriis – (roman Fabryk)
1969: Rely Jorritsmapriis – (verhaal In forsetsje)
1971: Rely Jorritsmapriis – (verhaal Miskien kom ik wer)
1972: Rely Jorritsmapriis – (verhaal Gjin plak foar twa)
1995: Gysbert Japicxpriis – (roman De reade bwarre)

Meer over auteur en werk
Gedichten van Riemersma bij Operaesje Fers
Tiny Mulder, radioreportage over Myn folk, myn beminden, RONO 27-09-1970
Catalogus Tresoar, audiovisueel materiaal
Fryslân dok, portret maart 2011
Myn eigen eker, website van de schrijver
Philippus Breuker, ‘Skriuwer mei in missy’, levenskroniek.
Jelle van der Meulen, Friese literatuursite

Tresoar © 19-03-2011