Geboren: 22-07-1959, Ternaard

Leven en werk

Schoorstra werd geboren op 22 juli 1959 in Ternaard, het dorp waar hij ook opgroeide. ‘Een lullig jaar,’ schrijft hij op zijn website.

‘Te jong om bewust de jaren zestig mee te maken, te nuchter en te rationeel om mezelf hals over kop in de punk van midden jaren zeventig te storten. Misschien dat uit die onvrede om altijd aan de zijlijn van de grote veranderingen te staan, de drang om iets te creëren ontstond.’ Hij volgde de LTS en was daarna leerbewerker, schilder en glaszetter. Sinds de jaren tachtig werkt hij als teamleider bij de Dokkumer Vlaggen Centrale. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen.

Als kind las Schoorstra al graag. Zijn creatieve drang kwam aanvankelijk in de muziek tot uiting. Voor zijn literair werk vormt de muziek een belangrijke inspiratiebron, of het nu gaat om middeleeuwse Madrigalen of de industriële metal van Rammstein. Ook films kunnen hem aanzetten tot schrijven. Hij begon met gitaarspelen, in het begin nummers van anderen, maar algauw schreef hij ze zelf. Hij merkte dat het schrijven van teksten hem wel lag, langzamerhand transformeerden de liedteksten tot gedichten. In 1998 kreeg hij de Ruurd Wiersma Poëzieprijs voor het gedicht Neffens it ynderlik bern. Een jaar later won hij een Rely Jorritsmaprijs met het verhaal Trettjin dagen.

Naast zijn publicaties in boekvorm publiceert Schoorstra regelmatig in literaire tijdschriften, op internet en in gedrukte vorm. Een tijdje was hij in het nieuws vanwege zijn streven om de Friese nationaliteit te krijgen. In 2015 begon hij met een wekelijkse column op Omrop Fryslân.

Thematiek en receptie
Schoorstra debuteerde in 2001 met de dichtbundel Ynwijing. Durk van der Ploeg noemde in zijn bespreking van de bundel [1] Schoorstra ‘een vertellend dichter, die de lezer meevoert naar soms heftige situaties, naar landschappen die, hun jeugdige onschuld verloren, losgeslagen zijn uit een arcadische wereld, en zo een wrede werkelijkheid laten zien. Die werkelijkheid geeft Schoorstra niet zo gemakkelijk prijs. / … / En dat komt volgens mij voort uit een manier van dichten die ik bij Schoorstra een droomhouding wil noemen.’ Kritiek had Van der Ploeg op het overdreven gebruik van beelden en het soms te barokke taalgebruik van de dichter. Tsjerk Veenstra [2] signaleerde ‘een dichter die zijn gereedschap in de macht heeft en goed op de hoogte is van de mogelijkheden daarvan’. Hij prees de gedichten vanwege het hoge, poëtische gehalte. Babs Gezelle Meerburg [3] miste diepgang in de gedichten, al zag ze wel een paar lichtpuntjes. Ze vond het jammer dat Schoorstra zijn werk zo haastig heeft uitgegeven. Volgens haar was het beter geweest eerst meer te publiceren in tijdschriften om zo te oefenen aan de hand van de daar geleverde kritieken.

Het jaar erop verscheen van Schoorstra de verhalenbundel Berjochten út Babel. Een deel van de tien verhalen uit de bundel waren eerder al verschenen in Trotwaer, Kistwurk, Hjir en in de verzamelbundel 21 Nije Fryske winterferhalen. De verhalen uit Berjochten út Babel werden door de critici doorgaans erg positief ontvangen. Elske Schotanus noemde het een schitterende verhalenbundel [4]. Ze prees het verteltalent en taalgebruik van de schrijver. De hoofdpersonen uit de verhalen van Schoorstra zijn mensen die misvormd zijn door opvoeding, milieu en liefdeloosheid, mensen die leven in chaos en leegte en op zoek zijn naar warmte en genegenheid, maar die niet vinden in het Babel waarin zij leven, dat troosteloos is en waar de mensen elkaars taal niet verstaan. De verhalen van Schoorstra zijn ruw en bizar. ‘Hij legt zich helemaal geen beperkingen op, knalt erin op een on-Friese manier en laat zo een volledig eigen geluid horen, zei Henk van der Veer [5]. Greet Andringa was in haar bespreking van de bundel kritischer [6]. Ze voelde bij het lezen afstand tussen haar en het verhaal. Ze noemde de schrijver een 'vakman-etaleur’, maar voelde geen contact met wat hij tentoonstelde. De ‘emotionele bloedarmoede’ die uit de verhalen sprak, zat haar dwars bij het lezen.

In 2004 kwam Schoorstra's roman Swarte ingels uit, een roman die gaat over de uitzonderlijke liefde tussen een broer en een zus. Ook die roman werd door de critici zeer positief ontvangen. Het boek werd in 2005 bekroond met de Fedde Schurerprijs, de door de provincie Fryslân ingestelde driejaarlijkse prijs voor debutanten in alle genres. Gerbrich van der Meer [7] vroeg zich af wat de reden kon zijn om te kiezen voor een relatie tussen broer en zus. Ze kwam tot de conclusie dat Schoorstra die relatie nodig had om zijn boodschap (‘Liefde laat zich niet leiden door maatschappelijke conventies’) te verhelderen. Ze vond dat de hoofdpersonen daardoor niet genoeg ruimte gekregen:’ Hadden ze meer ruimte kregen van de schrijver, dan had een verhaal misschien een andere wending gekregen en ook een andere boodschap, zodat het dan dichterbij was gekomen.’ Jabik Veenbaas [8] zei in zijn bespreking van Swarte ingels:’ Schoorstra geeft het thema van de incestueuze liefde op een goede manier vorm. Op vernuftige wijze weet hij de lezer steeds weer in spanning te houden. In de eerste hoofdstukken beseft de lezer nog amper waar het in het boek werkelijk om gaat. Maar zo nu en dan laat de schrijver subtiele hints los, krijgt hij kleine signalen toegespeeld die hem nieuwsgierig maken naar de verdere ontwikkelingen. En ook als de liefde tussen Hilbrand en Fardou een beklonken zaak is, houdt hij de spanning vast. Nu verlegt het spanningsaccent zich naar andere dingen. Zal het geheim ontdekt worden? Zal een van de ouders erachter komen? Zal een van de twee niet meer tegen de druk opgewassen zijn? Zo neemt hij de lezer tot de laatste bladzijden mee.’

In 2007 verscheen De ôfrekken, een roman over de relatie tussen de homoseksuele Ake Visser en zijn vader. Die weigert de seksuele kant van zijn zoon te accepteren. Na een eenzame jeugd belandt Ake in Brussel, waar hij eerst studeert en later universitair docent wordt. Jaap Krol [9] vond dat Ake vooral aan de gevoelskant goed werd neergezet. Krol had echter moeite met Akes intellectualisme, dat hij 'nietszeggend’ noemde, met als gevolg dat ‘de balans tussen hart en verstand scheefgetrokken wordt’. In zijn slotconclusie vond hij De ôfrekken ‘een overspannen boek’. Jetske Bilker [10] kon ook geen vat krijgen op deze roman. Ze was van mening dat Schoorstra teveel hooi op vork heeft genomen: ‘Als Schoorstra zich bij één verhaallijn had gehouden, het menselijk conflict tussen vader en zoon, was het beter gelukt. Nu heeft hij te veel gewild.’

In 2011 volgde de roman Rêdbâd. Kronyk fan in kening, een historische roman over de Friese koning Redbad. In dit boek wordt de confrontatie tussen het christelijke Frankische en het heidense Friese rijk beschreven, aangevuld met een geheime liefdesgeschiedenis, die volgens Jetske Bilker [11] niet helemaal goed is uitgewerkt. De stijl van het boek vond ze fijn, maar ook wat zwaar. Ze raakte wel in de ban van Schoorstra’s schrijverschap: ‘Het is hem gelukt een indruk te geven van de wereld van dertien eeuwen geleden.’ Jaap Krol [12] bekeek Rêdbâd van twee kanten:’ Het groteske aan Rêdbâds gedrag slaat dan ook op de indruk dat er anno 2011 ooit zoiets is geweest als het Friese paradijs, met Friese ridders, Friese sport en een Fries pantheon. Die boodschap neem ik niet serieus en dat brengt mij tot mijn kernkritiek op dit boek: Schoorstra heeft als schepper de ironie niet gebruikt om zijn hagiografie tegelijk van lucht en kracht te voorzien. Hadagrim en Rêdbâd zijn dodelijk serieuze mensen, die de aansluiting op de moderne lezer missen. Het maakt Rêdbâd. Kronyk fan in kening natuurlijk niet meer of minder origineel. Zowel in vorm als inhoud blijft Schoorstra zijn eigenzinnigheid trouw. Binnen de hedendaagse Friese literatuur is hij eigenlijk een van de moedigste schrijvers. Is dat nu niet heel Rêdbâdiaans?’

Met Pier. De profesij fan bline Simen uit 2015 zet Schoorstra de lijn van Rêdbâd door: Ook hier gaat het om een historische held uit het Friese verleden. De schrijver zet Grote Pier neer als een man die bezeten is van wraakzucht. Als hij tot bezinning komt, zakt hij weg in wroeging tot hij aan het einde van zijn leven rust vindt door toedoen van de monnik Petrus Thaborita. De monnik ziet in het leven van Grote Pier de vervulling van een oude profetie over de Wolfshond. Doeke Sijens [13] vond dat met het inbrengen van deze monnik de roman een geweten kreeg: ‘Zo brengt de schrijver verdieping aan in een roman die anders mogelijk tenonder was gegaan aan saaie vechtpartijen.’ Jelle van der Meulen [14] had evenwel zijn bedenkingen bij deze monnikfiguur: ‘Wat bij mij ook wat wringt is het telkens opduiken van het personage Petrus Thaborita, een lekebroer uit het klooster Thabor bij Sneek, die de taak op zich genomen heeft om de geschiedenis van Friesland te beschrijven. Hij praat daarom af en toe met Pier, want hij weet: Pier schrijft geschiedenis. Hij is het die in de profetie van ene blinde Simen over een wolfshond de gelijkenis ziet met de verhalen over Pier. Die profetie moet het verhaal waarschijnlijk meer spanning geven, maar maakt het eerder wat ongeloofwaardiger. Verder is het blijkbaar de bedoeling dat Petrus af en toe een gesprekspartner is voor Pier, maar dat komt toch niet echt uit de verf. Ondanks deze bedenkingen vind ik wel dat Schoorstra knap werk geleverd heeft door zich voor te stellen hoe Grutte Pier, die legendarische figuur uit de Friese geschiedenis, zich door de eerste, roerige decennia van de zestiende eeuw bewogen zou kunnen hebben.’ Klaske Hiemstra [15] was erg te spreken over deze roman: Schoorstra heeft met Pier een groot werk gedaan. Het boek leest nu en dan als een spannend geschiedenis- en jongensboek en schildert de tijd en de mensen heel levensecht.’

Bronnen voor dit artikel
[1] Trotwaer, nummer 8, oktober 2001
[2] Friesch Dagblad, 04-09-2002
[3] Leeuwarder Courant, 07-09-2001
[4] Kistwurk V, juni 2002
[5] Henk van der Veer, Sneeker Nieuwsblad, 15-08-2002
[6] Hjir 3, juni 2002
[7] Friesch Dagblad, 28-04-2004
[8] Leeuwarder Courant, 13-02-2004
[9] Friesch Dagblad, 03-11-2007
[10] Leeuwarder Courant, 20-07-2007
[11] Leeuwarder Courant, 20-05-2011
[12] De Moanne, 06-06-2011
[13] Leeuwarder Courant, 28-08-2015
[14] Jelle van der Meulen, literatuursite
[15] It Nijs, 11-09-2015

Werk

Romans
2004: Swarte ingels
2007: De ôfrekken
2011: Rêdbâd. Kronyk fan in kening
2015: Pier. De profesij fan bline Simen
2017: De nacht fan Mare

Verhalenbundel

2002: Berjochten út Babel

Poëzie

2001 Ynwijing

Vertalingen

2007: Zwarte engelen (Swarte ingels)
2015: Pier, De profetie van blinde Simon (Pier. De profesij fan bline Simen)

Prijzen
1998: Ruurd Wiersma Poëzieprijs voor het gedicht Neffens it ynderlik bern
1999: Rely Jorritsmaprijs (verhaal Trettjin dagen)
2005: Fedde Schurerprijs voor de roman Swarte ingels

Nominaties
2012: Rink van der Veldeprijs voor Rêdbâd
2015: Longlist Gysbert Japicxprijs, voor Rêdbâd
2016: Rink van der Veldeprijs voor Pier.

Meer over de schrijver en zijn werk
Jelle van der Meulen, Friese literatuursite
Friese nationaliteit in paspoort, Omrop Fryslân 01-05-2012
De toan fan Willem Schoorstra, Omrop Fryslân, columns

© Tresoar, 24 september 2008 / 18 oktober 2016