geboren: 25-07-1898, Drachten
overleden: 19-03-1968, Heerenveen

Leven en werk

Fedde Schurer werd op 25 juli 1898 geboren in Drachten waar zijn vader als knecht op een scheepshelling werkte. Toen hij zes jaar was verhuisde het gezin naar Lemmer. Nadat hij daar de school voor bijzonder lager onderwijs had gevolgd, werd hij timmerknecht en volgde hij ’s avonds lessen aan de tekenschool. Later studeerde hij voor onderwijzer en in 1919 werd hij benoemd aan zijn eigen oude school. Hij trouwde in 1924 met zijn collega Willy de Vries. Intussen was hij begonnen te dichten. Zijn debuut maakte hij in 1920 in het tijdschrift van It Kristlik Frysk Selskip, Yn ús eigen Tael, maar hij publiceerde onder invloed van Douwe Kalma ook in Frisia, orgaan van de Jongfryske Mienskip. Zijn eerste bundel Fersen werd in 1925 goed ontvangen. Als militant pacifist raakte hij in conflict met zijn schoolbestuur (Lemster schoolkwestie, 1930). Zijn vrouw en hij bedankten als lidmaten van de gereformeerde kerk en zij verhuisden naar Amsterdam, waar Fedde Schurer tot 1946 aan verschillende openbare scholen verbonden is geweest. Voor de Christelijke Democratische Unie werd hij in 1936 lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Al in 1943 maakte Schurer de opzet voor een nieuw literair tijdschrift, waarvan onder de naam De Rattelwacht in 1944 een nummer is verschenen. Het was de voorganger van De Tsjerne (1946 – 1968). Als redacteur van dat blad heeft Fedde Schurer een groot aantal jonge schrijvers op weg geholpen. Hij was in 1946 naar Fryslân teruggekeerd om samen met Sjoerd van der Schaaf de redactie van de Heerenveense (later Friese) Koerier op zich te nemen. Een hoofdartikel van zijn hand werd in 1951 als beledigend voor de Heerenveense kantonrechter opgevat. Het oproer, dat op 16 november op het Leeuwarder Zaailand ontstond toen Schurer in hoger beroep terecht stond, is bekend gebleven als ‘Kneppelfreed’ (`Knuppelvrijdag`). Wettelijke regelingen voor het Fries zijn uiteindelijk het resultaat geweest van de publiciteit over die demonstratie.
Van 1956 tot 1963 had Schurer een zetel in de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid. Als dichter bleef hij zijn leven lang actief. Hij publiceerde in een tiental bundels met oorspronkelijke en vertaalde poëzie. De kroon op zijn werk als vertaler van psalmen was het gereed komen van het Frysk Psalm- en Gesangboek in 1955. Ook als toneelschrijver had hij succes, o.a. met zijn Bijbels drama Simson, waarvoor hij in 1949 de Gysbert Japicxprijs kreeg. Tot het eind toe bleef Schurer actief als spreker en propagandist voor de pacifistische stroming binnen de socialistische beweging. In 1964 begon hij met de publicatie van zijn memoires onder de titel ‘De besleine spegel’. Het manuscript was bijna klaar toen hij op 19 maart 1968 aan een hartaanval overleed.

Literatuur

1971: Skriuwers yn Byld, nr.3: Fedde Schurer (1898-1968), gearstald troch Gerrit Borgers, Freark Dam, Kees Nieuwenhuizen en D.A. Tamminga.
1974: Ynlieding Samle Fersen, D.A. Tamminga.
1986: R.J. Jonkman, De bining forfongen. In resepsje-estetysk undersyk nei Fedde Schurer syn fyzje op de Fryske literatuer yn De Tsjerne.
1998: Fedde Schurer as politikus, beweger, dichter. Sympoasium hâlden op 16 maaie 1998 yn de Skierstins yn Feanwâlden. BYSKRIFTEN nûmer 20.
1998: Ynlieding It dûbeld paradys, Freark Dam.
1998: De wurdskat fan Schurer. Wurdlist by Fedde Schurer 'It dûbeld paradys' . BYSKRIFTEN nûmer 23.
1999: Tony Feitsma. Fedde Schurer en syn idealen. BYSKRIFTEN nûmer 26.
2010: Johanneke Liemburg, Fedde Schurer (1898-1968). Biografie van een Friese koerier.

Werk

Poëzie
1925: Fersen (2e dr. 1934)
1930: Utflecht: Fersen (2e dr. 1936)
1931: Heinrich Heine: Oersetting út syn dichtwurk
1934: Twiljocht (Foar freonen, net yn ‘e hannel, letter opnaam yn Op alle winen)
1936: Op alle winen
1940: Fen twa wâllen
1949: Vox Humana
1955: Fingerprinten
1966: Opheind en trochjown: Fortalingen (oersettingen út it wurk fan R.M. Rilke en J.W.F. Werumeus Buning)
1966: Efter it nijs
1966: De gitaer by it boek (2e pr. 1969, 3e pr. 1971)
1974: Samle fersen (mei ynlieding fan Douwe A. Tamminga) (2e pr. 1975)
1998: It dûbeld paradys (blomlêzing, mei ynlieding fan Freark Dam)
1999: Gedichte / Dichtwurk (oersettingen út it wurk fan Heinrich Heine)

Verhalen
1963: Beam en bast

Diversen
1969: De bisleine spegel (2e pr. 1998)

Toneel
1942: Simson
1954: Bonifatius

Vertalingen
1945: Simson (Ned)
1969: De beslagen spiegel: Herinneringen (oersetting J.H. Brouwer)

Allerlei
1934: Lof fan alle tiden: Psalmen, gesangen en lieten
1945: Psalmen yn ‘e nacht (as “Arend van der Meer”)
1947: Boek fan de psalmen
1955: Frysk psalm- en gesangboek
1975: Fedde Schurer op en út (samling teksten fan en oer Fedde Schurer)
1976: Sawnrisom (in mannich troch Schurer oersette lieten)
1998: Ik bin jim sjonger (lieten)

Meer informatie
Jelle van der Meulen over Schurer: Friese literatuursite
en over de  biografie door Johanneke Liemburg

(c) Tresoar, 2004