Geboren: 30 mei 1917, Damwâld
Overleden: 22 augustus 1977, Leiden

Leven en werk

Fokke Sierksma werd geboren op 30 mei 1917 in Dantumawoude nabij Dokkum. Als kind en opgroeiende jongen verbleef hij vaak op de boerderij van zijn grootouders in Reitsum, zodat de indrukken van zijn jeugd verbonden bleven met het ongerepte leven op het Friese platteland. Na het gymnasium in Leeuwarden doorlopen te hebben ging hij theologie studeren in Groningen, waar hij de invloed onderging van de theoloog en godsdiensthistoricus Gerardus van der Leeuw en van de wijsgerig antropoloog Helmuth Plessner.

Tijdens de Duitse bezetting raakte de jonge Sierksma betrokken bij verzetswerk en zijn ervaringen in de illegaliteit bepaalden definitief zijn mensbeeld. De roman Grensconflict (1948) geeft de geestelijke druk weer waaraan hij blootstond als bemanningslid van een verzetspost, waar afgetapte verhoren op het hoofdkwartier van de Duitse Sicherheitsdienst werden afgeluisterd.

Inmiddels was hij in 1944 getrouwd met Sjoukje Geertruida Tjepkema, zijn levensgezellin. In hetzelfde jaar was hij nauw betrokken bij de oprichting van het ondergrondse literaire tijdschrift Podium, waarvan de opbrengsten ten goede kwamen aan het verzet. Na de oorlog zette hij zijn redaktionele aktiviteiten voort en maakte hij naam als scherpzinnig essayist met onder andere de bundel Schoonheid als eigenbelang (1948). In Tussen twee vuren. Een pamflet en een essay (1952) nam hij stelling tegen de kritiek van theologische zijde op Vestdijks De toekomst der religie. Ook schonk hij aandacht aan de Friese letterkunde in zijn radiolezingen voor de Regionale Omroep Noord en in zijn essay Bern van de ierde (1953) over de dichter Obe Postma.

In 1950 promoveerde Sierksma in Groningen op een godsdienstpsychologisch proefschrift, waarvan in het volgende jaar de handelseditie verscheen onder de titel Freud, Jung en de religie. Toen hij in 1953 in Leiden tot wetenschappelijk hoofdambtenaar werd benoemd, betekende dit een keuze voor wetenschap in plaats van literatuur. Tot aan zijn dood in 1977 bleef hij verbonden aan de Leidse theologische faculteit, sedert 1973 als hoogleraar toen hij K.A.H. Hidding opvolgde als leerstoelhouder in de vakgroep godsdienstgeschiedenis en vergelijkende godsdienstwetenschap.

In de periode 1956 - 1966 verschenen zijn wetenschappelijke hoofdwerken, waarin de thema's projectie, seksualiteit, agressie en acculturatie in hun relatie tot de godsdienst centraal staan: De religieuze projectie (1956), De mens en zijn goden (1959), Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (1961) en Tibet's Terrifying Deities (1966). Posthuum verscheen Religie, sexualiteit en agressie (1979), waarvan al in 1962 een populair-wetenschappelijke versie was uitgekomen onder de titel De roof van het vrouwengeheim. In zijn verklaring van godsdienstige verschijnselen gebruikt Sierksma inzichten uit ethologie, wijsgerige en culturele antropologie en dieptepsychologie.

Sierksma was met zijn inzet, belezenheid en multidisciplinaire aanpak een inspirerend docent. Zijn werkcolleges stonden borg voor een levendige gedachtenwisseling, waartoe geregeld collega’s uit andere vakgebieden werden uitgenodigd.

Dat hij de essayistiek niet achter zich had gelaten, bewees hij met zijn boek Testbeeld. Essays over mens en televisie (1963). Hierin peilde hij de in brede zin culturele betekenis van dit in Nederland door intellectuelen nog weinig serieus genomen jonge medium. Daarnaast uitte hij in dag- en weekblad zijn mening over uiteenlopende actuele onderwerpen. Zo verschenen van voorjaar 1966 tot zomer 1968 meestal wekelijks bijdragen van hem in het progressieve rooms-katholieke weekblad De Nieuwe Linie. In 1975 publiceerde hij in het Friese tijdschrift Trotwaer nog een uitgebreid essay over Picasso.

Sierksma’s laatste grote project was de plaats van mode en haargedrag in de menselijke natuur en cultuur. Dit vond zijn neerslag in verschillende colleges en in een enkel artikel, maar tot de publicatie van een nieuw boek kwam het niet meer. Kort voor hij de nog door hem opgestelde herdenkingsrede ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Leidse leerstoel voor godsdienstgeschiedenis, de oudste in Nederland, zou uitspreken, overleed hij op 22 augustus 1977.

Literatuur

Geale [Pieter Wijbenga], “By it forskieden fan Fokke Sierksma”, Friesch Dagblad, 23/8/1977, p. 7.

H.J. Franken, “Grensconflict. Een onkerkelijk man te midden der theologen. Bij het overlijden van Fokke Sierksma”, Vrij Nederland, 3/9/1977, p. 13.

P. Sjoerd van Koningsveld, “Fokke Sierksma (1917-1977) als schrijver. Een christelijk-historische communist”, De Nieuwe Linie, 21/12/1977, p. 8.

Th. P. van Baaren, “In Memoriam prof. dr. F. Sierksma”, Nederlands Theologisch Tijdschrift 32, 1978, p. 42-47.

Herman Beck, “A Bibliography of the Printed Writings of Professor Dr Fokke Sierksma”, in: H.L. Beck en K.D. Jenner, Fokke Sierksma. A Biographical Sketch and Bibliography, Leiden, [Rijksuniversiteit Leiden, Faculteit der Godgeleerdheid], 1982, p. 27-67.

Konrad D. Jenner, "Fokke Sierksma. A Rough Sketch of His Life", in: H.L. Beck en K.D. Jenner, Fokke Sierksma. A Biographical Sketch and Bibliography, Leiden, [Rijksuniversiteit Leiden, Faculteit der Godgeleerdheid], 1982, p. 7-26.

J.J. Kalma, Dr. Fokke Sierksma, een Fries in een grenskonflikt. Bibliografie van en over hem, Leeuwarden, 1983, 2 delen.
(Uitgave in eigen beheer, opgenomen in de bibliotheek van het Fries Historisch en Letterkundig Centrum Tresoar te Leeuwarden. Een fotokopie is aanwezig in de Leidse universiteitsbibliotheek. Deel 2 te raadplegen inzonderheid voor secundaire literatuur over Sierksma van Friese zijde.)

K.D. Jenner, "Fokke Sierksma", Biografisch Woordenboek van Nederland, vol. 2, Amsterdam, Elsevier, 1985, p. 509-511.

Piet Calis, Het ondergronds verwachten. Schrijvers en tijdschriften tussen 1941 en 1945, Amsterdam, Meulenhoff, 1989. Proefschrift Nijmegen.
- Speeltuin van de titaantjes. Schrijvers en tijdschriften tussen 1945 en 1948, Amsterdam, Meulenhoff, 1993.
- De vrienden van weleer. Schrijvers en tijdschriften tussen 1945 en 1948, Amsterdam, Meulenhoff, 1999.
- Het elektrisch bestaan. Schrijvers en tijdschriften tussen 1949 en 1951, Amsterdam, Meulenhoff, 2001.

J.H.P.M. van Iersel, Wetenschap als eigenbelang. Godsdienstwetenschap en dieptepsychologie in het werk van dr. F. Sierksma (1917-1977), Rosmalen, Dora, 1991. Proefschrift Utrecht.

E.T. van der Vlist, Inventaris van de schriftelijke nalatenschap van Fokke Sierksma (1917-1977), Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 1992.

D.H. Hak, Stagnatie in de Nederlandse godsdienstwetenschap 1920-1980. De bijdrage van Gerardus van der Leeuw, Fokke Sierksma en Theo P. van Baaren aan de godsdienstwetenschap, Amsterdam, Thesis Publishers, 1994. Proefschrift Groningen.

J. Platvoet, “From Consonance to Autonomy: The Science of Religion in the Netherlands, 1948-1995”, Method & Theory in the Study of Religion 10, 1998, p. 334-351.

J.H.P.M. van Iersel, "Fokke Sierksma", Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme, vol. 5, Kampen, Kok, 2001, p. 468-471.

J.A. van Belzen, Psychologie en het raadsel van de religie. Beschouwingen bij een eeuw godsdienstpsychologie in Nederland, Amsterdam, Boom, 2007.

R.A. Ubbink, “‘Literair kwartier’. Fokke Sierksma als literair radiocriticus bij de Regionale Omroep Noord, 1946-1955", De Vrije Fries 89, 2009, p. 9-44.

Meer informatie

Fokke Sierksma - Bibliografie samengesteld door H.L. Beck herzien en uitgebreid door R.A. Ubbink