Geboren: 18-06-1932, Aalsum
Overleden: 17-02-2001, Drachten

Leven en werk

Rink van der Velde werd geboren in Aalsum en was de jongste in het gezin van Hindrik van der Velde en Hindrikje Pilat. Hij ging aanvankelijk in Dokkum op school. Hoewel hij van geboorte dus een Dongeradeelster was, voelde hij zich meer verbonden met de ‘Wâldsjers’, mogelijk omdat hij zijn jongensjaren voor het grootste gedeelte in Beetsterzwaag doorbracht, waar zijn vader politieagent was. Op school schreef hij graag opstellen en een keer begon hij aan een Nederlandstalig indianenboek. Na de lagere school reisde hij naar de cvo-school en de christelijke mulo in Drachten. Daarna was hij onder andere werkzaam als monsternemer voor de zuivelfabriek in Ureterp. Als jongeman van een jaar of achttien ging hij naar Frankrijk, waar hij bij een boer van Vlaamse komaf in de omgeving van Parijs aan het werk ging. Vanwege de dienstplicht werd hij in 1953 teruggeroepen en werd hij bij de Marine geplaatst. Na zijn diensttijd werd Van der Velde verslaggever bij de Nieuwe Dockumer Courant. Fries schrijven had hij nog nooit gedaan, hij schreef met het woordenboek bij de hand. Hij vervolgde zijn journalistieke carrière bij de Drachtster Courant, bij de Friese editie van Het Vrije Volk en bij de Friese Koerier. Na de fusie van de laatstgenoemde met het ‘Hoofdblad van Friesland’ werkte hij tot zijn pensioen in 1992 bij de Leeuwarder Courant.

Van krantenman naar schrijver
Nadat hij zich een tijdje met de algemene verslaggeving had beziggehouden, begon Van der Velde werk te maken van het beschrijven van toestanden en gebeurtenissen uit het verleden en van het portretteren van ‘aparte’ mensen. Daarnaast maakte hij reportages van reizen naar onder andere Griekenland, Frankrijk en Israël. De verhalen van oude anarchisten, turfgravers, vissers, jagers en mensen met een wilde haar in hun nek hadden zijn belangstelling en in het weergeven van hun belevenissen ontwikkelde hij een eigen stijl. Naar eigen zeggen leerde hij het schrijven door zijn werk als journalist – en dan vooral het schrijven in het Fries. Zijn idioom won enorm aan rijkdom, omdat hij een goed oor had voor het vaak nog authentieke en volksaardige Fries van de mensen waarmee hij als krantenman in gesprek raakte.
Rink van der Vele woonde achtereenvolgens in Leeuwarden, Gorredijk, Drachten en De Wilgen, maar hij was ook vaak te vinden in De Veenhoop. Daar had hij een arkje in een van de petgaten. Zijn romans schreef hij thuis, maar in de ‘arke’ was hij tijden met het boek bezig en vormde het zich in zijn geest. Hij was getrouwd; het echtpaar kreeg een dochter.
Rink van der Velde overleed na een lange ziekte in Drachten in 2001. Hij werd niet begraven in de Wâlden, maar in Wetsens bij Dokkum, in zijn geboortegrond.

Begin als schrijver
Rink van der Velde debuteerde als Fries schrijver in 1959 met een feuilleton in het weekblad Frysk en Frij. In dit blad en ook in De Strikel deed hij ervaring op als schrijver van korte stukken. Zijn eerste korte verhalen verschenen in literair tijdschrift De Tsjerne. Een jaar na zijn debuut kwam zijn eerste en enige Nederlandstalige roman uit, De kleine kolonie. Ondertussen was hij al bezig aan een Fries equivalent. Aanvankelijk continueerde hij als verteller onder de naoorlogse schrijvers de verhaaltraditie van Reinder Brolsma, Ulbe van Houten en Nyckle Haisma. Zijn Fries debuut in 1962, Joun healwei tolven, was echter wat nieuws. Dit boek was namelijk de eerste Friese thriller (‘skriller’) die zich volledig in het buitenland afspeelde (Frankrijk).
Dit kan in het licht worden gezien van een algemene ontwikkeling in de Friese literatuur na de Tweede Wereldoorlog. Schrijver Anne Wadman nam duidelijk afstand van het plattelandskarkater van de Friese literatuur tot dan toe. De literatuur zou zich los van Friesland en het Friese volk moeten ontwikkelen: de grenzen moesten verlegd worden. Wadman deed dat met zijn kritisch werk en bijvoorbeeld ook met de korte roman De smearlappen (1963) waarin hij de Friese boerenroman parodieert. Samen met Fabryk (1964), het debuut van Trinus Riemersma, zorgde het voor veel beroering in Friesland. Joun nei healwei tolven (‘Vanavond half twaalf’) past in deze ontwikkeling.
In zijn eerste romans verwerkte Van der Velde, die wel blijvend tot de ‘vertellers’ onder de prozaschrijvers wordt gerekend, steeds zijn eigen wedervaren. Zo schreef hij over zijn ervaringen op het Franse platteland in Beafeart nei Saint-Martin (1965, ‘Bedevaart naar Saint-Martin’) en over zijn tijd bij de marine in Forliezers (1963). Later gebruikte hij stof die hij op reis in het buiteland (Israël, Tsjecho-Slowakije, Griekenland) had opgedaan in Geiten, Griken en gekken (1967) en in Chamsyn (1969).

De fûke
De fûke (1966) werd Van der Velde’s eerste boek dat in Friesland was gesitueerd. De korte roman speelt in de Tweede Wereldoorlog: een palingvisser wordt door de Duitsers opgepakt omdat hij onderduikers herbergde. Tijdens de verhoren zwemt hij steeds verder de fuik in. Het boek wordt door de literaire critici gezien als de beste roman van Van der Velde, vooral om de sobere stijl, de sfeer, de karaktertekening van het personage en de spanning. De fûke is voorgekomen uit interviews die Van der Velde als journalist met oudere mensen uit de veenderijen had gehouden, in combinatie met werkelijk gebeurde voorvallen uit de oorlog en een locatie aan het Tjeukemeer die hem inspireerde. Van het boek werd een toneelvoorstelling (1977) en een film (2000) gemaakt, daarnaast werd het in drie talen vertaald (Nederlands, Engels, Oekraïens).
De Tweede Wereldoorlog is een belangrijk thema in De fûke en ook in de rest van Van der Velde’s oeuvre. In totaal kunnen acht van zijn boeken als oorlogsromans aangeduid worden, van Beafeart nei Saint-Martin in 1965 tot zijn laatste in 2001, It guozzeroer (‘Het ganzenroer’). In 2010 werden drie van zijn oorlogsromans gebundeld in De oarloch fan Rink van der Velde.

De vrije veldman
Een ander kenmerk van Van der Velde’s werk heeft te maken met de hoofdpersonages. Dat zijn vaak verliezers; eenlingen die de vrijheid liefhebben en die zich niet erg druk maken om de regels die in de burgermaatschappij in acht worden genomen. De typering als een stugge eigenzinnige Fries nodigt de lezer uit tot identificatie en vertegenwoordigt zo misschien wel een ideaalbeeld. Zulke personages komen de lezers al tegen in De fûke, maar Van der Velde werkte ze verder uit in de jaren zeventig.
In 1971 verscheen Feroaring fan lucht (Verandering van lucht) handelend over de geschiedenis van Durk Lugtigheid, alias ‘Durk Snoad’ en zijn familie. Durk is een karikatuur van de Fries zoals die hierboven is genoemd: als natuurman en vrijbuiter wordt hij verplicht om in Drachten te gaan wonen en werken, wat niet anders dan op moeilijkheden kan uitlopen. Freark Dam noemt Durk Snoad de erfelijke Fries-Wâldsjer variant van de literair beroemde uitvreter. Een man, wel ‘slecht en recht’, zeg maar straight, maar niet braaf en vroom.
Het boek betekende een keerpunt in het oeuvre van Van der Velde. Hij hield zich in het vervolg meer en meer bezig met het schrijven van romans die toegankelijk waren voor een breed publiek. Hij wilde zijn publiek vermaken, en dat deed hij, in Feroaring fan lucht en daarna. Het boek werd enorm populair: het is een van de meest verkochte Friestalige boeken (34.000 exemplaren, omgerekend naar Nederlandse verhoudingen met een 50x zo grote markt: 1,7 miljoen). In 2014 verscheen bij TDE de 17e druk. In 1976 kreeg Van der Velde voor dit boek de Gysbert Japicxpriis. De prijsuitreiking vond plaats in het Provinciehuis, omdat de schrijver geen zin had in een groot formeel feest te Bolsward.

Successchrijver
Na 1971 had Van der Velde het pad naar de lezer definitief gevonden; jaar op jaar bleef hij de best verkopende Friese auteur. Het satirische en maatschappijkritische van Feroaring fan lucht herhaalde hij in Pake Sytse (1975). Ook dat boek zou erg populair worden, de achtste druk verscheen in 2010.
Van der Velde schreef een grote verscheidenheid aan boeken. Zijn inspiratie haalde hij niet langer uit eigen ervaringen, zoals in het begin, maar uit verhalen, documentatie en een groot inlevingsvermogen in mensen en omstandigheden. Zo verwerkte hij in enkele boeken historische voorvallen en figuren, waarbij hij wel vaak de vrijheid nam om de feiten naar zijn hand te zetten. De hûn sil om jim bylje (1978, lett: ‘De hond zal om je huilen’) gaat over Eije Wykstra, die in 1929 vier politieagenten doodschoot in de Fries-Groningse grensstreek. In De nacht fan Belse Madam (1991) schrijft hij over de Tiendaagse Veldtocht van 1831 in België. Vier jaar later schreef hij een boek over de legendarische jood Salomon Levy, die de stamvader van veel inwoners van Zwaagwesteinde zou zijn: In fin mear as in bears (Lett: ‘Een vin meer dan een baars’)
Daarnaast schreef Van der Velde een aantal misdaadromans van het type dat meer aandacht besteedt aan het leven van de politieman dan aan de op te lossen misdaad, zoals Rjochtdei op de Skieding (1994, ‘Dag van het oordeel op de Schieding’) en Smoarge grûn (1998, ‘Vuile grond’). De twee vaste personages zijn de agenten/rechercheurs Homme Veldstra en Bonne Hos. De verhalen bieden een setting zoals de lezer die gewend is van Van der Velde: liefde voor het natuurleven in de eigen streek, satirische kritiek op de moderne tijd en een milde houding tegenover schurken, die eigenlijk altijd verliezers zijn.

Kortebaanwerk
Behalve als romancier is Van der Velde ook bekend geworden als schrijver van ‘stukjes’, meestal kroegverhalen, waarin zijn sterke kanten – rijk idioom en een vlotte verteltrant – goed uitkomen. In deze stukjes kon hij op een humoristische en spottende manier maatschappijkritisch schrijven.
Vanaf 1971 publiceerde de Leeuwarder Courant om de twee weken een rubriek met nieuws uit Bokwerder Belang, het Nieuws- en Advertentieblad voor Bokwerd en de wijde Omgeving; uitgegeven door de Vereniging voor Dorpsbelangen. Er stond van alles in: dorpsnieuwtjes, commentaar op de actualiteit, kritiek op de ‘Hoofdplaats’ enz. De schrijver van het fictieve dorp Bokwerd was Van der Velde. Hij schreef in een mengelmoes van Fries en Nederlands, dat bekend is geworden als het ‘Bokwerters’: Nederlands vol frisismen, meestal letterlijk vertaald, vermengd met een ouderwets en plechtig Nederlands. De verhalen werden vele malen gebundeld, net als de kroeg- en veldverhalen.
Een verhalenbondel die afwijkt is Sa wie ’t sawat uit 1997. Dit boek geeft een verzameling van diverse stukken, fictie en non-fictie, met ook meer autobiografisch materiaal.

It guozzeroer
Van der Velde ging door met schrijven tot hij niet meer kon. Kort voor zijn overlijden maakte hij nog mee dat zijn laatste boek uitkwam: It guozzeroer. In zijn laatste interview, een paar weken voor zijn dood, zei hij tegen interviewer Fokke Wester dat hij er met veel plezier aan gewerkt had en dat hij tevreden was. Hij sloot af met: ‘Ik heb het wel bekeken hier.’ Het boek is volgens de critici strak en goed geschreven en een laatste getuigenis van Van der Velde’s grote vertellersgave. Misschien is het niet te ver gezocht om te veronderstellen dat ‘it guozzeroer’ – een oud groot hagelgeweer – symbolisch is voor het Fries. Meerdere keren zegt hoofdpersoon Bavius Bouma, in zijn laatste stukje leven, van het wapen: ‘Hij heeft de boodschap goed overgebracht’.

Waardering en receptie
Van der Velde ontwikkelde zich tot de best verkochte en meest gelezen Friese schrijver van zijn generatie. Voor alle boeken waren er altijd wel een paar duizend kopers en de meeste beleefden herdrukken. Succes bij de lezers ging niet altijd gelijk op met literaire erkenning. Zijn eerste werk werd door de critici als literatuur beschouwd, maar na 1971 haalde hij het niveau uit de eerdere periode niet meer. Toch waren de reacties op nieuw werk meestal positief, al werd wel eens gewezen op de triviale aspecten in zijn werk en het soms alleen maar vermakelijke karakter.

De kwaliteit van Van der Velde is het tonen van het bijzondere in het gewone, en niet de beschrijving van het opzichtige, schrijft Tineke Steenmeijer-Wielinga in Mozayk fan in libben (2003). In de loop van de tijd kroop hij de lezer steeds meer op de huid; zo had hij in zijn korte verhalen steeds minder woorden nodig om de juiste toon te zetten. In de romans werd hij volgens Steenmeijer-Wielenga meester in het toepassen van flashbacks en het tussenvoegen van herinneringen die het geheel verduidelijkten. Hij groef psychologisch niet diep, hield zich niet bezig met de complexiteit van de personages, maar hij kon terdege mensen typeren en portretteren en de avonturen die ze meemaakten beschrijven. Zijn natuurlijke dialogen, gevoel voor humor en oor voor de gewone man trof vele mensen. In zijn werk wilde hij aansluiten bij het woordbeeld van de gewone lezers, hij koos hier en daar voor Wâldsjer dialectvarianten van het Fries en vermeed al te dure woorden.

Sommige boeken werden bewerkt voor toneel, zoals Pake Sytse in 2010, dat in de open lucht bij de ‘arke’ in de Veenhoop werd opgevoerd. Acht romans en verhalenbundels werden vertaald, vooral in het Nederlands, maar een enkele ook in het Engels en Oekraïens. De Oekraïense vertaling van De fûke verscheen in een tijdschrift met een oplage van maar liefst 50.000 exemplaren. De ontvangst was over het algemeen goed, maar de verkoop, zoals bij andere Friese vertalingen, hield niet over. Om zijn naam in eer te houden reiken de gemeente Drachten/Smallingerland en de Friese Pers Boekerij vanaf 2004 om de twee jaar de Rink van der Veldepriis uit voor de beste Friese roman of verhalenbundel uit de voorafgaande periode. Het jaar 2010 werd door de gemeente Smallingerland uitgeroepen tot ‘Rink van der Veldejaar’, waarin allerlei activiteiten rond de schrijver en zijn werk werden georganiseerd. Zijn woonboot in de Veenhoop wordt beheerd door It Fryske Gea en de Stichting FLMD en verhuurd aan schrijvers om er een tijd in alle rust te kunnen werken.

Andere activiteiten
Van der Velde hield over het algemeen afstand van lastige literaire discussies, maar was wol begaan met het Friese boek en dan voornamelijk met de verspreiding. In 1972 legde hij het fundament voor de jaarlijkse ‘sutelaksje’, waarin schrijvers en vrijwilligers als colporteurs overal op het platteland literatuur aan de man brachten. De sutelaksje groeide uit tot een succesvolle formule en werd, georganiseerd door It Fryske Boek, tot september 2009 ieder jaar gehouden. In 2013 maakt de actie een herstart op initiatief van de St. Tsjil. Een ander belangrijk evenement was de Friese Boekenmarkt in Drachten, de afsluiting van de sutelaksje, die in 1977 voor het eerst werd georganiseerd. Ook hiervoor leverde Van der Velde altijd veel inzet.

Bronnen voor dit stuk
Voor het schrijven van bovenstaand stuk is voornamelijk gebruik gemaakt van het boek Mozayk fan in libben, het Vander Velde-nummer van De Moanne (2010) en de literatuurgeschiedenis Zolang de wind van de wolken waait.

Bibliografie

Romans
1960: De kleine kolonie
1962: Joun healwei tolven
1963: Forliezers
1965: Beafeart nei Saint-Martin
1966: De fûke (2e dr. 1970, 3e dr. 1977, 4e dr. 1979, 5e dr. 1981, 6e opnieuw bewerkte druk 1995, 10e dr. 2005 [Klassiker 4])
1967: Geiten, Griken en gekken
1968: Rjochtdei
1969: Chamsyn
1971: Feroaring fan lucht (Verandering van lucht) (2e dr. 1972, 3de dr. 1972, 4de/5de dr. 1973, 6de/7de dr. 1974, 8ste/9de dr. 1975, 10de dr. 1977, 11de dr. 1979, 12de dr. 1981, 13de dr. 1990 (wizige en oanpast), 14de dr. 1995, 15 dr. 2001, 16de dr. 2004 [yn Merkel rige], 17de pr. 2014)
1975: Pake Sytse (2de pr. 1975, 3de pr. 1976, 4de pr. 1979, 5de pr. 1981, 6e en opnieuw bewerkte dr. 1996, 7de dr 1997, 8ste dr. 2010)
1978: De houn sil om jim bylje (2e dr. 1978, 3e dr. 1979, 4e dr. 2004 [Klassiker 3])
1981: Om utens-omnibus: met Jûn healwei tolven; Geiten, Griken en gekken; Chamsyn
1981: De Heidenen
1982: De Ofrekken (2de dr. 1982)
1985: De lange jacht (2e dr. 2003 [Klassiker 2])
1987: De histoarje fan kammeraet Hollanski
1989: Jan Hut (2de dr. 2006 [Merkel rige])
1991: De nacht fan Belse madam (2e dr. 2006 [Klassiker 5])
1993: Gjin lintsje foar Homme Veldstra
1993: Rjochtdei op 'e skieding (2e dr. 2009 [Klassiker 7])
1995: In fin mear as in bears (2e dr. 1995, 4e dr. 2002 [Klassiker 1])
1998: Smoarge grûn (2e dr. 1998, 4e dr. 2007 [Klassiker 6])
1999: Hepke (2e dr. 1999)
2000: Alde Maaie
2001: It guozzeroer
2010: De oarloch fan Rink van der Velde

Verhalenbundels
1971: Ien foar ’t ôfwennen (2e dr. 1976 - uitgebreide 3de dr. 1977)
1973: Bokwerd Vooruit (1982 reprint)
1974: Stjerrende wier, heite (stikjes) (2de dr. 1975)
1977: Bokwerd omhoog! (4e dr. 1978)
1979: Bokwerd for ever (3e dr. 2004)
1980: It is myn sizzen net (bondel met dertig verhalen) (2e dr. 1981)
1984: De wrâld is rûch (2e dr. 2005 [Merkel rige])
1983: Bokwert 1 (Bokwert en it Oanbegjin/Bokwert en it Swarte Jild)
1985: Bearenburger ferhalen/Berenburgse vertellingen (niet in de handel)
1987: De bêste fryske ferhalen
1988: Bloemlezen in Bokwerd
1992: Minsken is raar guod (2e dr.1992)
1994: No sà : stikjes en ferhalen
1997: Sa wie ’t sawat (verhalen, reportages, stukjes en van alles en nog wat) (2e dr. 1997)
2007: De Kroechferhalen
2008: Bokwerd totaal (Bokwerd vooruit! ; Bokwerd omhoog! ; Bokwerd for ever)
2009: De fjildferhalen (2e dr. 2010)

Diversen
1982: Foekje, stripverhaal van een aventuurlikk hondenleven; met Anjo Mutsaars (illustraties) (2e dr. 1982)

Toneel
[?] : De wide broek B.V.
1975: Durk Snoad
1977: De Fûke
1982: B.V. De Ruskepôlle
1983: Ut it singeliere libben fan Durk Snoad

Vertalingen
1965: Vanavond half twaalf (door Aize de Visser)
1968: Pelgrimage naar Saint-Martin (door Tine Leiker-Kooijmans)
1970: De Fuik (door J.J. Bijlsma)
1971: Chamsien (bewerkt door auteur zelf)
1973: Verandering van lucht (door Yge Foppema, 1974 grotletterboek)
1975: Kruidenbitter: Kroegverhalen uit Friesland (daar de auteur zelf, met eerdere verhalen uit Ien foar ’t ôfwennen en Stjerrende wier, heite)
1980: Het teken van het beest (door Teake Oppewal)
1983: Oekraiense vertaling van De fûke door Yuri O. Zhlutenko
1986: De terugkeer van Sytze Cavalier (zoor de auteur zelf)
1995: The trap (vertaling van De fûke door Henry J. Baron)

Anderen over Van der Velde en zijn werk (een selectie)
1996: Tekst en útliz (Tineke Steenmeijer-Wielenga)
2001: De Blauwe Fedde yn petear (met een interview door Nyk de Vries en Meindert Talma)
2003: Mozayk fan in libben (eindred. Pieter de Groot)
2010: Rink van der Velde, De Moanne nr 7, speciaal nummer

Prijzen
1975: Gysbert Japicxpriis voorr Feroaring fan lucht

Meer over Rink van der Velde
Jabik Veenbaas, in memoriam, LC 19-02-2001
Pieter de Groot, in memoriam, LC 19-02-2001 diel 1 en diel 2
Jelle van der Meulen, Friese literatuursite

© Tresoar, 20 november 2014