Geboren: 06-09-1926, leeuwarden

Leven en werk

Jelle Zwart is in Leeuwarden geboren, maar groeide op in Dokkum. Tijdens zijn studie sociologie in Groningen ging hij in die stad werken bij het Groninger Provinciaal Opbouworgaan.

In 1968 werd hij  hoofd van het Bureau Landelijk Contact in Leeuwarden, onderdeel van het ministerie van CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk), later WVC (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur). Nadat het bureau Leeuwarden veel reorganisaties had overleefd, werd het met ingang van 1 januari 1988 overgebracht naar Groningen. Zwart is toen nog een paar jaar bij de directie Jeugdzaken werkzaam geweest.
Naast zijn werk heeft hij zich altijd voor veel maatschappelijke en culturele organisaties ingezet; hij was onder andere vele jaren lid van het Algemeen (A.B.)  en Dagelijks (D.B.) Bestuur van de Fryske Akademy. Verder maakte hij deel uit van het bestuur van het Frysk Festival en was hij tot zijn 70e voorzitter van de Fryske Folkshegeskoalle Schylgeralân. Daarnaast zette hij zich als bestuurder en als vrijwilliger in voor het ouderenwerk.

Werk
Als dichter kan Jelle Zwart met recht een laatbloeier worden genoemd. In 2004 debuteerde hij met het gedicht Dyn lytse flecht in de Fryske Skriuwerskalinder en datzelfde jaar won hij de Rely Jorritsma-priis met het gedicht Inkel sân. Hij debuteerde op 79-jarige leeftijd met de bundel Sân skeppen sâlt (2006) bij uitgeverij Frysk en Frij. Voordat ze naar Sneek verhuisden, woonde Zwart, samen met zijn vrouw Elisabeth de Vries, in de pastorie in Deinum. In die tijd schreef hij een aantal gedichten, maar ambitie om ze uit te geven had hij niet. Nadat hij zich had teruggetrokken uit zijn bestuurlijke functies,  begon hij zich meer met het dichten bezig te houden. Hij volgde een drietal cursussen schrijven van poëzie; eerst bij Remco Ekkers, daarna bij Albertina Soepboer en als laatste bij Tsjêbbe Hettinga. Die cursussen en het winnen van de RJ-priis inspireerden hem om door te gaan met dichten. Vanaf 2004 staan geregeld gedichten van hem in literair tijdschrift Hjir en in het internettijdschrift Farsk.

Zijn debuutbundel bevat 100 gedichten. De titel Sân skeppen sâlt, staat voor de thema’s taal, het land, de plaats, het volk, het eigene, het beschouwen en het zijn. Inspiratie vond de dichter in het landschap, herinneringen uit het verleden, de vergankelijkheid van het leven en in de kunst. Dat hij midden in de actualiteit staat laat hij zien met het gedicht over de tsunami O Azië, dat ook in de bundel is opgenomen.

In 2017 verschijnt de bundel Fandele met gedichten over onderwerpen als het landschap, de natuur en het ouder worden. Geart Tigchelaar [1] zag een bundel van wisselend niveau, waarbij de eerste gedichten hem het meest aanspraken. Elmar Kuiper [2] zag dat wisselend niveau ook: 'Een strengere selectie had een nog sterkere bundel opgeleverd'. Evengoed had hij veel waardering voor de gedichten. Hij prijst de vaardigheid van Jelle Zwart in zowel het vrije vers als sonnetten en haiku's: 'Zwart dicht soepel over het ouder worden, het kinderlijke, de maatschappij en het schrijven zelf'.

Bronnen voor deze tekst:
[1] Geart Tigchelaar, Ensafh 16-12-2017 (videobespreking van de bundel Fandele)
[2] Elmar Kuiper, LC 01-12-2017

Werk

Poëzie
2006: Sân skeppen sâlt
2009: De wite hoed
2017: Fandele

Prijzen
2004: Rely Jorritsma-prijs (gedicht: Inkel sân)

Meer informatie
Wendy de Jong, De Moanne 21-12-2017 (fraachpetear)

@Tresoar 20-12-2017