Geboren: 11-7-1947, Wartena

Leven en werk

Piter Ymkes Josef Boersma is geboren op 11 juli 1947 in Wartena. Hij volgde de rooms-katholieke onderwijzersopleiding in Steenwijkerwoud en gaf daarna zeven jaar les aan de Bonifatius-school in Leeuwarden.

Sinds mei 1977 maakt hij deel uit van de woordenboekenstaf van de Fryske Akademy. Hij ging opnieuw studeren en haalde middelbare akten Fries A en B.

Schrijverschap
In zijn kweekschooltijd begon hij te schrijven, eerst voor zichzelf en in het Nederlands. Terug in Friesland – Boersma woont al jaren in Wiuwert – ontdekte hij dat hij zich in zijn moedertaal beter en vooral spontaner kon uitdrukken.
Hij deputeerde in boekvorm in 1974 met de verzenbundel Net to kearen emoasje, die twee jaar later gevolgd werd door verhalen in Hwat der bart (1976). De eerste roman, De reis fan Labot, verscheen een jaar later. Uit zo’n productiviteit spreekt de ambitie om in alle genres te werken en zodoende een eigen vorm en uitdrukkingsmogelijkheid te vinden. Schrijven is voor Piter Boersma op de eerste plaats een denkproces en ook een verwerkingsproces omdat hij zijn emoties in het schrijven kwijt kan. Hij probeert onder woorden te brengen wat hem bezig houdt en wat hij om zich heen waarneemt. Het gedrag van mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, kinderen en volwassenen in hun verschillende relaties tot elkaar, fascineert hem. Het thema van de fundamentele eenzaamheid van het individu, ook al onderhoudt een mens contacten met anderen en leeft hij in harmonie met zijn naasten, is in bijna al zijn werk terug te vinden. In de verzen van Piter Boersma treft men dezelfde thematiek aan als in zijn verhalen en romans: isolement en liefde verhouden zich met elkaar in een spanning die ontlading zoekt. Tegenover de zinloosheid van het bestaan staat de taal die troostrijk kan zijn. De vroege poëzie van Boersma heeft een vrije vorm waarin de treffende stijl overheerst. In de loop van de tijd werden zijn verzen strakker, tot hij in de bundel Under it twangjok probeerde de emotie te bezweren in korte zinnen met een vast ritme. Boersma’s poëzie is evocatief: de dichter benoemt, hij redeneert niet, maar wil de lezer meenemen door zijn observaties weer te geven in woorden, geluiden en beelden.

Eerst beleefde de auteur het schrijven van proza en poëzie als twee erg verschillende werkwijzen. In de laatste jaren lukt het Boersma echter om poëtische elementen in zijn verhalen en romans te integreren. Hij ontwikkelde daar een eigen vorm voor; met korte zinnen en een fragmentarische verteltrant die van de lezers vraagt, dat deze actief meewerkt aan de (re)constructie van wat verhaald wordt. Het nieuwe proza verscheen voor het eerst in de kleine roman Sniebalfokstrot (Sneeuwbalfoxtrot) die Piter Boersma in 1995 op verzoek van de stichting It Fryske Boek schreef als boekenweekgeschenk.

Naast het creatief en beschouwend schrijven zelf is Piter Boersma ook op andere fronten erg actief bezig voor de Friese literatuur. Hij zet(te) zich in voor het Skriuwersboun, het Literêr-histoarysk Wurkferbân en de redactie van literaire series van de Fryske Akademy en met name voor de Koperative Utjouwerij.

Het in stand houden van een levend en krachtig literair blad noemde hij in 1994 een roeping en met zijn inspanning voor het tijdschrift Hjir bewijst hij dat hij zich van die roeping bewust is.  Met zijn zwager Bonne Stienstra richtte hij het blad in 1972 op. In 1978 nam hij (tijdelijk) afscheid van de redactie, maar in de functie van uitgever en administrateur bleef Piter Boersma betrokken bij Hjir. Sinds 1990 is hij ook weer lid van de redactie. Door de jaren heen bleef Hjir eigenlijk zijn enige podium, af en toe verscheen er werk van hem in Trotwaer en De Strikel. Sinds 2004 schrijft hij columns voor Farsk.

Ook als vertaler van toneelstukken uit de wereldliteratuur in het Fries heeft Boersma een grote staat van dienst. In 1987 werd aan de vertalers die regelmatig voor Tryater teksten geleverd hadden, de provinciale Dr. Obe Postmaprijs toegekend. Omdat zij niet als collectief gewaardeerd wilden worden, weigerden Boersma en anderen de prijs en daarna heeft het Provinciaal Bestuur besloten om de prijs dat jaar niet toe te kennen. In 1998 werd aan Boersma de Gysbert Japicxprijs toegekend voor It libben sels. De adviescommissie prees de interessante en tegelijk tragikomische manier waarop Boersma in die roman het thema van mislukte relaties behandelde en achtte het boek daarom en door de opzet en het speelse taalgebruik het meest opvallende en geslaagde Friese literaire product uit de jaren 1995-1997.

Werk

Romans
1977 : De reis fan Labot (De reis van Labot)
1983 : Skuor (Barst)
1984 : Keatsroman (Kaatsroman)
1995 : Sniebalfokstrot (Sneeuwbalfoxtrot) (Boekenweekgeschenk 1995, in samenwerking met Stichting It Fryske Boek)
1995 : Sakramintsdei (Sacramentsdag) (uitgekomen in de serie Ljochtmoanneboekjes, nummer 13)
1997 : It libben sels (Het leven zelf)
2000 : De klûs fan Copmanshurst (De kluis van Copmanshurst)
2005 : It útsjoch (Het uitzicht)
2012 : De krêftproef (De krachtproef)
2017 : Molwrot

Verhalenbundels
1976 : Hwat der bart (Wat er gebeurt)
1980 : De skjirre (De schaar)

Dichtwerk
1974 : Net to kearen emoasje (Niet te stuiten emotie)
1983 : Printkrassen  (Drukkrassen); gedichten ((tekeningen Beb Mulder, verzen Piter Boersma)
1985 : Op weagjende grûn (Op gewaagde grond)
1988 : Under it twangjok (Onder het dwangjuk)
1992 : It swurd út 'e stien (Het zwaard uit de steen)
2003 : Bûten (Buiten)
2005 : Ritueel (Ritueel)
2010 : Stjoer de strjitmakker
2014 : Liet fan it fjild (vertalingen van Chineese poëzie)

Toneel
1984 : Freed (Vrijdag) (uit het Nederlands vertaald naar Hugo Claus, vertaling van ‘Vrijdag’)
1984 : Twa hittepetitten om ’e hite kofje (Twee hittepetitten om de hete koffie) (uit het Engels vertaald naar John Ford Noonan, vertaling van ‘A coupla white chicks sitting around talkin’)
1985 : Wy binne dochs freonen? (Wij zijn toch vrienden) (uit het Engels vertaald naar Alan Ayckbourn, vertaling van ‘Absent friends’)
1987 : Boeren stjerre (Boeren sterven) (uit het Duits vertaald naar Franz Xaver Kroetz)
1988 : Tramwein Begearte (Een tramwagon genaamd begeerte) (uit het Engels vertaald naar Tennessee Williams, vertaling van ‘A Streetcar named desire’)
1989 : Mephisto (uit het Duits vertaald naar Ariane Mnouchkine)(naar "Mephisto" : roman van een carrière door Klaus Mann)
1992 : In healegeare hear (Een halfgare heer) (uit het Frans vertaald naar J. B. Molière)
1997 : Kearewear (Tegenslag) (uit het Frans vertaald naar de roman ‘Les jeux sont faits’ van Jean Paul Sartre)
1998 : Wêr giet it oer? (Waar gaat het over?) (uit het Nederlands vertaald naar Wim. T. Schippers)
2003 : Par (musical)
2010 : Lucky Manuela (vertaling)

Divers
1996 : Levensboom der lage landen = Libbensbeam fan 'e lege lannen = Lowlands' tree of life ( Binne Lútsen Boarnstra ; Friese vertaling van. Piter Boersma ; Engelse vertaling Klaas Bruinsma ; met beeldwoord van Gerrit Terpstra)
2003 : Jacob Klaver : it libben fan in keatsferiening (Het leven van een kaatsvereniging)

Prijzen
1972 : Rely Jorritsmapriis (verhaal: Rêch wriuwe) (Rugmassage)
1973 : Rely Jorritsmapriis (verhaal: Botke)
1998 : Gysbert Japicxpriis voor It libben sels (Het leven zelf)

Meer over Piter Boersma
Jelle van der Meulen, Friese literatuursite

Tresoar, 20 februari 2006