Geboren: 16-08-1948, Rauwerd

Leven en werk

Sjoerd Bottema is op 16 augustus 1948 in Raard geboren. Afgezien van zijn studiejaren aan de Groninger Universiteit, heeft hij zijn hele leven op het platteland gewoond. Bottema werkte in Leeuwarden als leraar Nederlands en Fries.

Hoewel Sjoerd Bottema al jong met schrijven begon, heeft hij zich als schrijver op latere leeftijd ontwikkeld. Het was na zijn veertigste toen hij in 1991 een Rely Jorritsma-priis kreeg voor een verhaal, met de titel Nachtsuster Linda. In 1992 en 1993 werd hij opnieuw voor een verhaal beloond met een Rely Jorritsma-priis. In de bundels met verhalen voor jongeren Broei  (1991) en It Nachtboek (1991) werden voor het eerst verhalen van zijn hand gepubliceerd. Verder schreef hij een verhaal voor de misdaadbundel Knyflok en reidmannen (1994).

Hij debuteerde in boekvorm in 1995 met It fertriet fan dokter Kildare (Ferhalen ut Westerwierrum). Het boek, Jan Jongsma [1] noemde het een kruising tussen een roman en een verhalenbundel, bevat vijf verhalen die onderling niet los van elkaar kunnen worden gezien. De hoofdfiguur, Romke Kylstra, komt in alle verhalen voor, maar omdat de rol van de bijfiguren groot is, kan er toch niet gesproken worden van een roman in de ware betekenis van het woord. Ook de uitwerking van de verhalen is een mix van een traditionele inhoud in combinatie met vormexperimenten.

Met name het laatste verhaal, Roeken en dowen, heeft de functie om, net als bij een puzzel, de ontbrekende delen van de eerdere vier verhalen aan te vullen. Men krijgt althans het idee dat, na het vijfde verhaal te hebben gelezen, de stukken aardig in elkaar passen. Maar voor een deel is dat schijn, want niet voor niets heeft Bottema het boek een citaat uit Dichtertje van Nescio meegegeven: ‘Ja God, laat de gedachten van een mensch raar dolen en er komen vreemde passages voor in zo’n gedicht zonder eind. 'Wat gezien moet worden als de fantasieën en de angstdromen van Romke Kylstra en wat moet doorgaan voor wat hij werkelijk ervaart als hij in het ziekenhuis ligt, is aan het eind van het boek niet altijd even duidelijk meer. Het boek krijgt dan wat surrealistisch, net als de films van Luis Buñel, die in het boek ter sprake komen,' stelt Jelle Krol [2] in zijn recensie. Het eerste verhaal in het boek, Nachtsuster Linda, is een verdere uitwerking van het verhaal met dezelfde titel waarvoor hij in 1991 de Rely Jorritsma-priis kreeg.

Het experimenteren met vorm en inhoud is typerend voor het werk van Sjoerd Bottema, zijn tweede bundel Neaken as in ierdbei, is wat inhoud betreft traditioneel, qua vorm experimenteel. De personages in de beide verhalen van de bundel wonen op het platteland, komen uit een boerenmilieu en worstelen met de moderne tijd. Zijn personages zijn geen sterke figuren, maar gewone, kleine mensen van wie het leven zich tussen droom en daad afspeelt. Jelle Krol [3] verwoordde dat zo: ‘In, Neaken as in ierdbei, laat Bottema de lezer op verschillende manieren naar de werkelijkheid kijken: de ene keer is die ‘zo naakt als een aardbei’, de andere keer gecamoufleerd, omdat er vanuit een totaal ander perspectief naar gekeken wordt’.

Weer een heel andere literaire weg sloeg Bottema in met zijn derde boek, It aai fan Siderius: In ynspekteur Hofstra mistearje, dat in 2001 uitkwam. It aai fan Siderius is een thriller met parodieachtige elementen. Het gaat in het boek niet alleen om wie de moord heeft gepleegd, maar veel meer om het waarom. De karakters van de hoofdpersonen krijgen ruime aandacht, terwijl ook de humor niet ontbreekt. Bottema werd in de recensies van zijn boek geprezen voor zijn stijl en taalgebruik. Dat weerhield Gerbrich van der Meer [4] er niet van de bundel als 'mislukt' te betitelen. Ze had met name moeite met de 'warboel aan vertelsituaties', terwijl de de personages 'vlak en karikaturaal' noemde. Henk van der Veer [5] zag in Bottema vooral een 'vakman', terwijl hij het boek als volgt omschreef: 'Deze roman hoort mee tot het beste wat de Friese literatuur heeft te bieden'.

Zijn vierde publicatie in boekvorm, De Stien, is ontstaan in samenwerking met dichteres en schrijfster Baukje Wytsma. Het boekje, in de vorm van een brievenroman, is uitgegeven als Boekenweekgeschenk 2006. De overeenkomst met het vorige werk van Bottema is dat de  hoofdpersoon een traumatische ervaring uit zijn jeugd meeneemt naar het heden. Schuldgevoelens over wat er toen gebeurd is, bepalen mede zijn latere  handelen.. Daartegenover staat het paradijselijke beeld van de kinderjaren en het streven naar harmonie dat een kenmerk is van het werk van Baukje Wytsma.

In 2009 verscheen de verhalenbundel It piipjen fan de proai, verhalen die zijn geschreven als 'korte detectives', zoals Jetske Bilker [6] schreef. Voor de rest zag ze verhalen van wisselend niveau, met vaak wat te veel details: Een verhaal moet genoeg aan zichzelf hebben en dat hebben deze verhalen wel'.

Sjoerd Bottema heeft zijn hele leven al toneel gespeeld. Hij speelt op amateurniveau, al verschillende keren heeft hij een rol gehad in het openluchtspel van Jorwert.

Bronnen voor dit artikel
[1] Jan Jongsma, FD 08-04-1995
[2] Jelle Krol, LC 17-03-1995, deel 1 en deel 2
[3] Jelle Krol, LC 13-11-1998
[4] Gerbrich van der Meer, FD 09-05-2001
[5] Henk van der Veer, Sneeker Nieuwsblad 10-05-2001
[6] Jetske Bilker, LC 09-10-2009

Werk

Proza
1994: It fertriet fan dokter Kildare
1998: Neaken as in ierdbei
2001: It aai fan Siderius (In ynspekteur Hofstra mystearje)
2006: De stien (met Baukje Wytsma, boekenweekgeschenk)
2009: It piipjen fan de proai

Prijzen
1991: Rely Jorritsmapriis voor Nachtsuster Linda en it fertriet fan dokter Kildare (verhaal)
1992: Rely Jorritsmapriis voor White Christmas (verhaal)
1993: Rely Jorritsmapriis voor It tredde ferhaal (verhaal)

Meer informatie
Jelle van der Meulen, Friese-literatuursite

Tresoar, 15-08-2018