Geboren 23-05-1882 Stiens
Overleden 23-11-1953 Leeuwarden

Leven en werk

Reinder Brolsma werd in 1882 geboren in Stiens als jongste van een gezin van acht kinderen. Zijn vader werkte op het notariskantoor.

Die vader, Ulke Brolsma , was zeer Friesgezind en had contact met mannen als Waling Dykstra en Tsjibbe Gearts van der Meulen. De jonge Reinder ging nadat hij de lagere school had doorlopen naar de ambachtsschool in Leeuwarden. Toen hij 16 jaar was, kwam hij bij een schilder in dienst. Hij reisde heel Fryslân door en hoorde onderweg veel verhalen. Reinder Brolsma trouwde in 1910 met Janke Westerbaan en  begon toen zelf een schildersbedrijf in Lichtaard. Na zes jaar verhuisde het gezin, waar intussen twee jongens waren geboren, naar Akkrum en nog eens drie jaar later naar Leeuwarden, waar nog een meisje ter wereld kwam. Met het schrijven van schetsen en verhalen voor kranten en tijdschriften probeerde de vader wat bij te verdienen als het – met name ’s winters – met de schilderswerkzaamheden wat schaars was. Het duurde tot halverwege de jaren dertig voordat Brolsma volledig van de pen kon leven. Hij had toen een aanstelling bij ‘Hepkema’s kranten’, het Nieuwsblad van Friesland  en het Leeuwarder Nieuwsblad. Voor dit laatste schreef hij een vaste rubriek met humoristische, in het Leeuwarders geschreven ‘Gesprekken op de brug’, waarmee hij veel succes had. Tijdens de oorlog bleef hij aan de krant verbonden, ook toen deze als Friesche Courant  verder ging onder Duitsgezinde leiding. Dat en het in 1941 aannemen van de door de Duitsers ingestelde ‘Harmen Sytstrapriis’ is de schrijver zeer kwalijk genomen. De ‘Eereraad voor Letterkunde’ heeft hem tot 1946 een publicatieverbod opgelegd. Daarna heeft Brolsma niet veel meer geschreven. De laatste jaren van zijn leven was hij zwaarmoedig; niettegenstaande de hulde die de collega’s hem ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag hadden gebracht, voelde hij zich alleen, hij maakte zich zorgen over geld en om de gezondheid van zichzelf en zijn vrouw. Toen zij in 1953 vanuit Goutum naar het St. Anthony Gasthuis in de Leeuwarder binnenstad waren verhuisd, zag hij er geen gat meer in en heeft zichzelf van het leven beroofd.

Werk
Als jongen had Reinder Brolsma al Nederlandstalige stukjes geschreven voor Voor het jonge volkje en in 1903 nam Waling Dykstra zijn eerste Friese verhaal op in Sljucht en Rjucht. Na dat debuut als jonge twintiger bleef Brolsma het familieblad eerst trouw, maar toen daar meer culturele tijdschriften bij kwamen, schreef hij ook schetsen en met name feuilletons voor It Heitelân  en voor Frisia, het literaire tijdschrift onder leiding van Douwe Kalma. Van Kalma heeft hij wel invloed ondergaan, maar later stoorde hij zich aan het kunstmatige Fries dat de redacteur hem wilde opleggen. Zijn eigen taal was natuurlijker, zijn stijl van schrijven direct, sober en met veel aandacht voor schilderachtige details. Hij had een scherp uitbeeldingsvermogen en gevoel voor humor, maar zijn psychologie was meer op mensenkennis als op psychologisch inzicht gebaseerd. Ongeveer vijftig jaar lang volgde Brolsma in zijn werk de ontwikkelingen in de maatschappij. Hij schreef over de landbouwcrisis en de opkomst van de arbeidersbeweging, over de economische crisis van de jaren dertig en de oorlogsdreiging. Het grootste deel van zijn werk speelt zich af in de omgeving van Stiens. Daarnaast heeft ook Leeuwarden een plek gekregen in zijn romans en verhalen. Het zijn gewone mensen die zijn boeken bevolken en hij had daarbij vooral belangstelling voor wat bijzondere types. Dat laatste blijkt ook uit zijn zwerversverhalen. Na de oorlog werd zijn werk door de jongere generatie als ouderwets beschouwd en als te veel aan het oude Fryslân verbonden.
’Brolsma’s  eerste uitgave in boekvorm was de novelle It forgift (1923) die, net als de eerste roman It Heechhôf (1926) uitkwam in de serie van de Fryske Bibleteek. Die eerste roman, waarop hij nog twee minder geslaagde vervolgen op zou schrijven, It aldlân (1938) en Richt (1947), was meteen een groot succes. In 1993 zijn de drie delen als Heechhôf trilogy opnieuw uitgegeven in de serie ‘Fryske Klassiken’. Datzelfde is in 1995 ook gebeurd met de andere grote boerenroman van Reinder Brolsma, Grûn en Minsken. Vier van zijn boeken zijn in het Nederlands vertaald. Na de felle kritiek is er de laatste tijd weer wat meer waardering voor het schrijverschap van Brolsma. De auteur die in zijn jonge jaren zeer ijverig was geweest in de Stienser toneelvereniging, heeft ook een aantal succesvolle toneelstukken geschreven.
In 2001 is er van de hand van Doeke Sijens een biografie uitgekomen over leven en werk van Reinder Brolsma onder de titel Sa’n tûzen blauwe skriften.

Literatuur
1926: G.A. Wumkes. Bodders yn de Fryske striid, s.607, 685- 686, 693, 696, 705
1934: G.A. Wumkes. Paden fen Fryslân II, s.142, 307, 367
1951: Anne Wadman. Kritysk konfoai, s.72-82
1951: D. Kalma. Ynliedend wurd (yn: R. Brolsma. Sa seach ik Fryslân, s. 5-10)
1957: J. Piebenga. Koarte skiednis fan de Fryske skriftekennisse, s.186, 199, 214-218, 254, 258-259, 261, 271
1970: Y. Poortinga. Fan skriften en skriuwers, s.133-136
1974: D. van der Ploeg yn It Beaken 1974-3
1972: Tekst en Utlis (J. Stienstra)
1977: K. Dykstra. Lyts hânboek fan de Fryske literatuer, s.68- 71, 103, 151
1977: Sj. van der Schaaf. Skiednis fan de Fryske Biweging, s.240, 294, 311, 313, 335, 337-338, 392-393
1978: G.R. Zondergeld. De Friese beweging in het tijdvak der beide wereldoorlogen, s.27, 67, 69, 76, 101, 125- 126, 129, 151-152, 194, 203, 280, 356, 382, 388, 397, 404-405, 407-408, 417-418, 424, 437, 440, 442, 444-445, 450, 521, 544, 546, 551
2001: Doeke Sijens. Sa'n tûzen blauwe skriften (biografy fan libben en wurk fan Reinder Brolsma)

Werk

Romans
1926: It Heechhôf (2de pr. 1928; 3de pr. 1939; 4de pr. 1943; 5de pr. 1948; 6de pr.1969; 7de pr. 1993)
1929: De Skarlún (2de pr.1953)
1934: Sate Humalda (2de pr.1960)
1938: It Aldlân (5de pr.1969)
1940: Groun en minsken (2de pr. 1943; 3de pr. 1943; 4de pr. 1954; 5de pr. 1979; 6de pr.1995)
1941: It widdou's bern
1947: Richt (2de pr.1969, 3de pr. 1993)
1994: Heechhôf-trilogy (hjiryn: It Heechhôf, It Aldlân en Richt)

Novellen en Verhalenbundels
1923: It forgift
1927: Spegels
1928: De boer en de arbeider op Ekema
1930: De reamme fan it libben
1931: Neisimmer
1932: Salmsteich, in forhael út ’e rige Sate Humalda
1933: De reis nei it âlde doarp (2de pr. 1942)
1933: De bouwers, in forhael út ’e rige Sate Humalda
1934: Fen it Hegelân, in forhael út ’e rige Sate Humalda
1934: Trije novellen
1935: Mearke út Noardlik Fryslân
1936: Striid en oare ferhalen
1940: Mame en de greate boer
1940: Bylâns de wei (2de pr.1973)
1942: Ypeus
1951: Sa seach ik Fryslân (2de pr. 1962)
1952: Folk fan Fryslân
2002: Ut stêd en doarp, tsien ferhalen

Toneel
1931: Under it skaed fen justysje
1934: Estafette
1936: Pension “Nij Frisia”
1937: Trammelantsje
1939: De Nôtharne

Vertalingen
1940: Menschen tussen Wad en Wouden (It Heechhôf, 2de pr. 1943; 3de pr. 1944)
1943: De stroojonker (Groun en minsken, 2de pr. 1944)
1943: Het Oudland (It Aldlân, 2de pr. 1944)
1947: Zathe Humalda (Sathe Humalda)

Prijzen
1941: Harmen Sytstra-priis

Meer informatie
Friese literatuursite van Jelle van der Meulen

© Tresoar, 3 sept. 2004