Geboren: 05-03-1953, Kollumerpomp

Leven en werk

Eppie Dam werd op 5 maart 1953 geboren in Kollumerpomp, in een agrarisch milieu. Hij deed een opleiding tot onderwijzer en werkte op Urk en in Balk. Op dit moment woont hij in Sloten.

Eppie Dam is een productief en veelzijdig schrijver; hij schrijft gedichten, verhalen, kinderboeken, columns en litereaire kritieken. Verder is hij enkele jaren redacteur geweest van het literair tijdschrift Trotwaer. In kerkelijke kringen heeft hij naam gemaakt als schrijver van eigentijdse teksten van liederen en liturgieën die passen in verschillende periodes van het kerkelijk jaar. Hij schreef de liederen samen met Hindrik van der Meer die de melodieën componeerde. Dam publiceert in het Fries, het Nederlands en in het dialect van zijn geboortedorp, het Pompsters.

Dichter
Eppie Dam debuteerde in 1978 in twee genres, met de dichtbundel Mei de jierren en met de verhalenbundel Strie oerdwers. Daarna duurde het vijf jaar voordat er weer een gedichtenbundel uitkwam, Tusken juster en jûn (1983). In de periode 1983 - 1986 publiceerde hij elk jaar een bundel. Goddeleaze tiid verscheen in 1984 en de sonnettenbundel Fjouwer fertikaal yn 1985. De meeste verzen uit Fjouwer fertikaal waren tussen 1980 en 1985 al in Trotwaer verschenen. Samen met Margryt Poortstra gaf hij in 1985 Boulân uit. De titel slaat op de Noordoost- en de Flevopolder, waar beide dichters toen woonden.
In 1986 volgden De kaai ûnder de klok, een bundel waarin de dichter worstelt met zijn dichterschap, en Te lange lêsten. Daarin schreef hij gedichten bij 14 afbeeldingen van schilderijen van Henk Pietersma. De gedichten kunnen ook zelfstandig kunnen worden gelezen, maar in combinatie met de afbeeldingen krijgen ze een extra dimensie. Verder publiceerde Dam een bundel met verzen in het Pompsters, het dialect van zijn geboorteplaats dat verwantschap heeft met het Gronings. De bijna twintig verzen in De sachte tufkes fan dyn Lister (1993) zijn opgedragen aan de overleden vader van de dichter. De bundel Leaf en nuddels (1998) bevat speelse verzen, de 'lief '-verzen, en gedichten met een scherpere ondertoon, de 'naald'-verzen.
In 2004 kwam zijn twaalfde dichtbundel Neigeraden it noarden uit. Daarin gaat hij terug naar zijn geboortestreek in het noorden van Fryslân waar hij opgroeide en waar zijn wortels liggen, terug naar de eenkennige en eenkleurige wereld van toen. In Neigeraden it noarden probeert de dichter aan de hand van een zwart-wit foto uit zijn verleden, dat verleden in te kleuren met het dynamischer oog van tegenwoordig. Dat doet hij ook bij het werk van de schilders van De Ploeg, de kunstrichting die in de jaren twintig probeerde om de weerbarstige glans, die het kleiland langs de zee in zich heeft, te verbeelden.
In 2009 verscheen de bundel Blausucht. In vergelijking met de vorige bundel is Blausucht minder grijs van karakter en qua thematiek minder streng opgebouwd. Het eerste gedicht van de bundel begint zo: 'Hjir liet in skilder syn palet / en groeiden út 'e ravaazje / fan kleuren tûzen fearren.' Hij behandelt allerlei onderwerpen, zoals inerlijke tweestrijd of het vervliegen van de tijd. Daarnaast bestaat de bundel ook uit gedichten die geschreven zijn voor personen, zoals Foppe de Haan, of die zijn gemaakt bij schilderijen van onder andere Rembrandt en Vermeer. Dat laatste doet hij vaker, zoals in Mem sjoch boi (2012). In deze bundel staat de Mem (Moeder) centraal, een moeder met liefde en bescherming, maar ook met angst en pijn. De bundel werd genomineerd voor de Gysbert Japicxpriis 2013.
In de afdeling 'Oarmans fearren' ('Andermans veren') in Blausucht heeft Eppie Dam gedichten van anderen vertaald, van bijvoorbeeld William Blake en William Butler Yeats. In Fallend ljocht (2014) doet hij dat weer. In de afdeling 'Net út eangst foar de dea' heeft hij 19 gedichten van Czesłosz Miłosz vertaald. De titel van die afdeling past bij de hechte thematiek van de bundel; het gaat over aftakeling en verlies. Aftakeling en verlies van leven, maar ook van het geloof. Het wordt persoonlijk, omdat Dam de ziekte van Huntington heeft, een hersenziekte, wat meermaals in de bundel aan de orde komt. Het eerste gedicht begint zo: 'It is griis en it sit yn 'e holle. / It is in riedsel, safolle is bekend, / en it komt foar bij mar fyftjinhûndert minsken.' De bundel kreeg de Gysbert Japicxpriis 2017 toegekend. Daarom verscheen in 2017 de tweede druk van de bundel.
Dat Eppie Dam in zijn werk verschillende kanten opgaat, bewijst zijn bundel De aap foar de bokkewein - Wat noch te rymjen yn 2016 (2017) wel. In deze bundel levert de dichter een verslag van het jaar 2016, met aanslagen, klimaatverandering, een zwervende politiek en dergelijke. De mensheid wil vooruit, maar 2016 was het jaar van de aap. Humor is dan ook een machtig wapen, naast de ernst. Tegelijkertijd verscheen in 2017 een bundel, waarin een keuze uit de poëzie van Dam na 2000 is verzameld, met als titel Koproer. In deze tweetalige selectie krijgt men een goed beeld van het dichtwerk van Dam.

Prozaschrijver
Dam schreef drie verhalenbundels: Strie oerdwers en soartgelike ferhalen (1978), De ûnderste stien (1982) en It burd fan Fidel Castro (1995). Voor de Stichting It Fryske Boek schreef hij in 1989 het boekenweekgeschenk, de novelle De tomaat. Dat was het eerste boek sinds jaren dat speciaal geschreven was als een boekenweekgeschenk in het kader van de Friese boekenweek. In It burd fan Fidel Castro wordt het thema van een literaire werkelijkheid tegenover de gewone werkelijkheid neergezet. Werkelijkheid en fictie gaan in elkaar over. In het titelverhaal schrijft hij: 'Je kunt op papier dingen boven water halen waar je in het dagelijks leven wel eens gedachten over had, maar waar je dan bang voor bent omdat je de gevolgen ervan niet kunt overzien. Of juist wel, maar dan kun je er misschien niet voor instaan. Niemand is volledig baas over zijn eigen leven, een schrijver is dat wel over dat van zijn personage.’ Eppie Dam won drie keer een Rely Jorritsma-priis met een verhaal: in 1973 met 'In apel fan ljocht', in 1975 met 'Bijke' en in 2015 met 'Monolooch út it pakhûs'.

Kinderboeken
Dams eerste Friese kinderboek Spinaazje mei spikers en oare ferhalen kwam uit in 1986. Het boek Achlum Nobusco en de meunsternimmers schreef hij in 1992 als actieboek voor Friese kinderen in de jaarlijkse verkoopactie van de stichting It Fryske Boek. Voor het boek Dingeman krijt wjukken kreeg hij in 2001 de Simke Kloostermanprijs. Het was voor de schrijver een uitdaging om een kinderboek te schrijven dat ook interessant is voor de oudere lezers, een boek dat op meerdere niveaus gelezen kan worden. Op Dingeman krijt wjukken kreeg hij dan ook evenveel reacties van volwassenen als van jonge lezers. Ook in zijn kinderboeken speelt Dam met verschillende werkelijkheden. Dat komt vooral tot uiting in het boek Wouter en de 24-trui, waarin de jonge Wouter magische krachten krijgt als hij zijn trui mei het nummer 24 aanheeft.
In een vraaggesprek met het blad Impuls uit 1989 zegt Dam, dat hij niet houdt van moraliserende boeken, maar met name in zijn kinderboeken wel bepaalde waarden doorgeven wil. Hij denkt daarbij aan verdraagzaamheid, eerlijkheid en solidariteit. Zijn kinderboeken gaan over zaken die de kinderen van nu bezig houden, geschreven in modern Fries. De kinderbijbel Woord voor Woord van Karel Eykman vertaalde Eppie Dam in het Fries, hij verscheen in 1998 onder de titel Wurd foar Wurd.
Na Dingeman krijt wjukken verschenen er nog verschilldende kinderboeken, zoals Fjouwer dappere mûskes (2012) en Tsjilp: 25 fûgelgedichten foar grutte en lytse protters (2017). In 2014 kreeg Eppie Dam voor Fjouwer dappere mûskes het IBBY Certificate of Honour for Writing, en hoorde het boek dat jaar bij de beste vijftig kinderboeken ter wereld.

Sport
Eppie Dam is in de Friese literatuur ongeveer de enige in wiens werk de sport en vooral voetbal een belangrijk thema is. In 2001 verscheen van zijn hand het boek Foppe, portret fan in bysûnder gewoan minske. Het boek kwam tegelijk in een Friese en een Nederlandstalige versie uit. In de Vita-serie van uitgeverij Bornmeer, een serie biografieën voor jongeren, verscheen een boek over de legendarische voetballer Abe Lenstra. In 2007 tenslotte volgde het levensverhaal van Henk Kroes, in dat jaar scheidend voorzitter van de Elfstedenvereniging. Voor verschillende Friese tijdschriften en kranten heeft Eppie Dam columns geschreven. Columns over sport, maar later ook over andere onderwerpen zoals taal, literatuur, onderwijs en natuur. 65 van die columns werden gebundeld en uitgegeven in Damstikken (1997). In zijn poëzie komt de sport soms ook naar voren. Zo heeft hij in Blausucht een gedicht geschreven voor Foppe de Haan en gaat er een gedicht over oud-voetballer Gerald Sibon.

Werk

Novelle
1989: De tomaat (Boekewikegeskink nû. 1)

Verhalenbundels
1978: Strie oerdwers en soartgelike ferhalen
1982: De ûnderste stien
1995: It burd fan Fidel Castro

Kinderboeken
1986: Spinaazje mei spikers en oare ferhalen
1989: Babbelegûchjes
1990: Mei bleate fuotten op bêd en oare ferhalen
1991: Jelma
1992: Achlum Nobusco en de meunsternimmers (aksjeboek foar de Stifting It Fryske Boek)
1993: Wouter en de 24-trui
1995: Tachtich yn 'e bocht
1999: Dingeman krijt wjukken
2001: Pier en de bakkesbal
2005: Mezen meitsje toch gjin rúzje? Diervenverhalen van Antoon Koolhaas. Vertaald en voor kinderen bewerkt.
2007: Lytse man
2007: Abe, in byld fan in spiler
2007: Abe, een beeld van een speler
2009: De elandkop fan omke Romke
2012: Fjouwer dappere mûskes (met Gerrit Terpstra)
2017: Tsjilp: 25 fûgelgedichten foar grutte en lytse protters. Met lino's van Lienke Boot.

Poëzie
1978: Mei de jierren
1983: Tusken juster en jûn
1984: Goddeleaze tiid
1985: Fjouwer fertikaal
1986: De kaai ûnder de klok
1986: Te lange lêsten, fersen fan Eppie Dam by skilderijen fan Henk Pietersma
1988: De Pomp, Gedichten yn ut Pompster dialekt
1990: Boulân (met Margryt Poortstra)
1993: De sachte tufkes fan dyn Lister
1995: De hûnsdagen
1998: Leaf en nuddels
2004: Neigeraden it noarden
2009: Blausucht
2012: Mem sjoch boi
2014: Fallend ljocht 
2015: De tafel (bij schilderijen van Gerrit Terpstra)
2017: De aap foar de bokkewein
2017: Koproer - In kar út gedichten nei 2000 (Fries-, en Nederlandstalig)

Liturgieën en liederen
1983: Wat in gelok (kinderbijbelliederen, geschreven door Eppie Dam en Folkert Verbeek)
1990: Wat in gelok 2 (kinderbijbelliederen, door Eppie Dam, Folkert Verbeek en Margryt Poortstra)
1993: Eén zwaluw maakt zomer
1994: Een kinderlied voor de wereld
1994: Komen als geroepen
1994: Hoe sille wy fan frede sjonge?
1995: Uit hetzelfde hout gesneden
1996: Ik zie, ik zie wat jij ook ziet
1997: Hannah en de omgekeerde wereld
1998: Minsken fan 'e dei
1999: Hoe zullen wij van vrede zingen? (vertaald uit het Fries door Jan Popkema)
1999: De mantel van geefdoor
2000: Weg van de psalmen
2003: Clamantis en de amandelboom
2006: De keunst fan it libben
2008: Johann Sebastian Bach, Matteuspassy (vertaald uit het Nederlands naar Jan Rot)
2008: Wurd fan de berch
2010: Wylst de wrâld fan wille skattert. In Frysk Rekwiem.
2011: Eigen wijs en eigen weg, 7 nieuwe liederen voor wie vogelvrij wil zingen
2011: Ut genegen fjoer, refleksjes op de skepping
2011: Uit de chaos het licht, reflecties op de schepping
2011: Himel en ierde bewege, 26 nije geloofslieten
2011: De wrâld ús went
2012: Sinnebylden, de lanlik bekende lieten fan Eppie Dam en Hindrik van der Meer yn Fryske bewurking
2013: Ticht bij hûs bin ik geboaren (kinderliturgie)
2014: Fakkeldragers yn ’e wyn
2014: Mei de adem fan Eden (bij ‘De Skepping’ van J.R. Kloosterman)
2014: Miskien moat ik myn hert ferstean (Tomas-cantate)
2015: De tijd is nabij Cantate voor de 40-dagen-tijd
2016: De weareld noch te winnen. In kantate foar it libben

Divers
1997: Damstikken, in kar út de kollums fan Eppie Dam
2001: Foppe: Portret fan in bysûnder gewoan minske / Foppe: Portret van een bijzonder gewoon mens
2007: De stayer. De weg van Henk Kroes
2007: De skoskerinner. De wei fan Henk Kroes
2013: Oer de wjuk - Fryslâns moaiste fûgelpoëzy (samensteller)
2013: Nije bloei. In kar út it dichtwurk fan Jan Ritskes Kloosterman (samenstelling)
2017: Liedteksten bij het muziektheater Elk sines van Theater De Kliuw yn september.

Prijzen
Bekroning in de Rely Jorritsma-prijsvraag:
1973: voor het verhaal 'In apel fan ljocht'
1975: voor het verhaal 'Bijke'
2015: voor het verhaal 'Monolooch út it pakhûs'
Prijs van de kinderboekenjury:
1995: voor Wouter en 24-trui
1996: voor Tachtich yn 'e bocht
Simke Kloosterman-prijs:
2001: Dingeman krijt wjukken
Gysbert Japicxprijs:
2017: voor Fallend ljocht

Meer informatie
Jelle van der Meulen, Friese literatuursite
Hedwig Terpstra, interview Ensafh 29-09-2017
Abe de Vries, interview Friesch Dagblad, 20-05-2017
Rynk Bosma, interview Balkster Courant, 19-10-2014
Abe de Vries, recensie Fallend ljocht Friesch Dagblad, 30-12-2014

 

Fjouwer dappere mûskes voorgelezen door Eppie Dam

'ResponsiveMedia' plugin by Geoff Hayward.

Tresoar © 5 juni 2008, uitgebreid in september 2017.