Geboren: 24-01-1932, Pingjum
overleden: 06-09-2017, Leeuwarden

Leven en werk

Rients Gratama werd op 24 januari 1932 te Pingjum geboren als tweede en jongste kind van Geert Gratama en Johanna Sjaarda. Zijn zus was een paar jaar ouder.

Zijn ouders waren actief betrokken bij het amateurtoneel en ze volgden de ontwikkelingen in de amusementswereld buiten Friesland. Zijn vader genoot bekendheid als voordrager, revuspeler en slagwerker in een band. Rients bezocht eerst de MULO en daarna de Rijks-HBS in Harlingen. In 1950 kreeg zijn vader, monteur bij een lokaal elektriciteitsbedrijf, een baan op het hoofdkantoor van het Provinciaal Electriciteitsbedrijf. Het gezin verhuisde hierop naar Leeuwarden. Na zijn militaire diensttijd werkte Gratama gedurende vier jaar op kantoor, onder andere bij de ‘Condens’ te Leeuwarden. In 1957 trouwde hij met Jet Bijlsma die hij nog kende uit zijn HBS-tijd; het echtpaar kreeg twee kinderen.

Bij ‘Tetman en Jarich’
Rients Gratama werkte in 1957 als directiesecretaris bij de suikerwerkfabriek Frisia te Harlingen toen hij de kans kreeg om zijn brood op het toneel te verdienen. Hij had al opgetreden met eigen werk – bijvoorbeeld met zijn jeugdvriend Ruurd Posthumus als het duo ‘Kris en Kras’ – maar nu was het bekende theatergezelschap ‘Tetman en Jarich’ op zoek naar nieuwe spelers. Gratama deed auditie bij Tetman de Vries thuis en werd meteen aangenomen. Zijn eerste optreden was in 1957 als invaller bij een voorstelling in Hoogeveen op Koninginnedag. Zijn officiële debuut vond plaats te Holwerd op 24 juni van datzelfde jaar bij de première van Tetmans twaalfde programma Fryslân oerein!

Leerschool
Bij het gezelschap Tetman de Vries viel het talent van Gratama meteen op, niet alleen als speler, maar ook als schrijver. Het klikte tussen Tetman en Rients Gratama: ‘We kwamen uit hetzelfde aardappelland, uit de dorpen van orthodoxen en vrijzinnigen, van korpsen en kaatsen, van boeren en arbeiders, van vorst en dooi, van harde koppen en sentiment.’ *) Het gezelschap bracht traditioneel opgezette revu’s over het alledaagse leven in Fryslân, toegespitst op een bepaald aspect dat met de titel werd aangegeven. Het was de bedoeling dat de programma’s een jaar lang werden gespeeld, dus conferences over de actualiteit waren niet mogelijk: ‘Als er iets te confereren was, gebeurde dat in algemeen komische, filosofische zin door Tetman, want hij was de spil, de beschouwer en de aanelkaarprater.’ Het was hard werken. Er werd overal en altijd gespeeld, tijdens de zomers in tenten, als het kouder werd in zalen. De Friese kleinkunst van het gezelschap was op deze manier ‘opgenomen in het sociaal feestelijk systeem’. De praktijk was Gratama’s leerschool als cabaretier. Het Friese literaire blad De Tsjerne riep hem in 1962 uit tot ‘cabaretman nummer één’. Voor zijn teksten maakte hij ook gebruik van sparringpartners die ideeën aandroegen of hem over een dood punt hielpen, zoals zijn klasgenoot van de HBS Cor Hoekstra (de latere cartoonist Cork) en dichter en leraar Nederlands Jan J. Bijlsma (geen familie van Jet).

Naar een eigen gezelschap
Zodra Gratama ‘wereldberoemd in Friesland’ geworden was, werd hij gevraagd voor solo-optredens, zoals voor de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost), voor studenten of schooljeugd. Na enkele jaren wilde hij meer dan meedraaien in het familiebedrijf van Tetman en zijn broer Jarich: ‘Solo, alleen ik en het publiek, contact opbouwen en onderhouden, werken aan persoonlijkheid en artistieke mogelijkheden. Groeien!’ Begin 1963 richtte hij een eigen gezelschap op. Twee van zijn medespelers gingen mee: Jetske Zijlstra en pianist/componist Cor Huisman, door Pieter de Groot aangeduid als ‘de man achter Tetman’. Het gezelschap werd aangevuld met de jonge amateurspeelster Baukje Felkers en eerder genoemde Cor Hoekstra, die al in het eerste jaar werden vervangen door respectievelijk Jante Geartsma en Piter van der Veen. In het volgende seizoen werden de plaatsen van laatstgenoemde spelers ingenomen door Titia Dijkstra en Sipke Oppedijk.

Succesjaar
Gratama’s eerste programma Se moatte it sels mar witte (1963-1964) ging in juni in de Drachtster Lawei in première. Directeur Roel Oostra zag het wel zitten, een theatervoorstelling in de zomer wanneer Tetman altijd in tenten speelde. Gratama had meteen succes en bevestigde daarmee zijn reputatie als zelfstandig cabaretier of zoals hijzelf zei, als artiest. Het hielp dat hij een echte hit had (‘Sheik Sjoerd fan Arum’): ‘Ik had een nummer over een boer die op zijn land gas had aangeboord en met oosters getinte muziek zijn nieuwe status bezong.’ De agenda liep snel vol met optredens in tenten en in zalen. De recensies waren lovend. Piter Terpstra prees in De Tsjerne Gratama’s talent om een groot publiek te vermaken. De eerste eigen productie liet volgens de critici een andere Gratama zien. De onderwerpen waren actueler dan bij Tetman; zelfs de kwaliteit van het Fries was erop vooruitgegaan, zo werd gesteld in De stiennen man, het blad van de Friese beweging. Het programma werd dan ook de helft vaker gespeeld dan voorzien.

Dezelfde weg als Tetman
Bij het tweede programma No ha wy de hichte was er naast lof ook kritiek. Boucke Visser vond dat de onderwerpen te nostalgisch waren en miste de actualiteit. Rink van der Velde zat op De Friese Koerier op dezelfde lijn: ‘Hij is niet de man van de scherpe satire of de venijnige persiflage en zal dat ook nooit worden.’ Zelf vond Gratama dat er weinig te kiezen was: ‘Wij zijn er voor het brede amusement. Ik moet in het stadium waarin ik me nu bevind, succes hebben. Anders ga ik kapot.’
Gratama’s betekenis voor de Friese taal werd in het algemeen groot geacht. Hoofdredacteur Jacob Noordmans van de Leeuwarder Courant: ‘Cabaretiers als Tetman de Vries en Rients Gratama hebben ontzettend veel gedaan met hun programma’s. Hun werk betekende een geweldig stuk taalbevordering.’ Hij pleitte zelfs voor subsidie op cabaret om het nadeel van de kleine markt te compenseren. Het derde programma had als titel It liif op ’e least. Het ging over het gegeven dat mensen ondanks alle overvloed toch niet gelukkig waren. Recensent Arthur Vanamme constateerde: ‘Hij wil zo scherp mogelijk zijn en tegelijk een breed publiek bedienen.’ In die zoektocht had Gratama, bij al het succes, op een bepaald moment het gevoel dat hij dezelfde kant op ging als Tetman de Vries.

One man show
In maart 1966 was zijn gezelschap te zien in een serie televisieprogramma’s van de NCRV en te horen op de nationale radio. NCRV-man Dick van Bommel zag het helemaal zitten. De milde vorm van cabaret leek hem bij uitstek geschikt om het zwaardere deel van zijn achterban kennis te laten maken met amusement in deze vorm. Samen met Gratama maakte hij zelfs een reisje naar Londen om zich te oriënteren op het gebied van televisieshow en musical. Maar Gratama’s hart lag bij het toneel, de plek ‘waar ik me het meest zeker voel’. In diezelfde maand kondigde Jetske Zijlstra haar vertrek bij het gezelschap aan, wat Gratama de gelegenheid gaf om zijn ambities waar te maken:’Ik wilde iets anders. En meer met muziek doen. Dat hield in dat het een one man show zou worden, met muzikanten in plaats van medespelers. Het was het één of het ander, anders kon het niet meer uit.’ De tijd van Cor Huisman was voorbij. De muzikale begeleiding werd toevertrouwd aan Joop Verbeke (piano), Henk Onderstijn (fluit, saxofoon, slagwerk) en Karst de Groot (gitaar).

Minder publiek
Het eerste soloprogramma (Moai waar en lange dagen) werd goed onthaald. Gratama was blij dat hij professioneel gezien ‘een trapje hoger’ stond. Daartegenover stond wel dat het programma niet geschikt was voor feesttenten, bruiloften en partijen – de sketsch was verdwenen en de muziek anders van stijl. Daarmee beperkte hij zich tot het theaterpubliek. Wel diende zich een nieuwe ontwikkeling aan. Rine Geveke van Phonogram was enthousiast over het werk van Gratama en zorgde voor een elpee: Fryske styl.

In het Nederlands
In de zomer van 1967 maakte Gratama bekend dat hij op Nederlandstalige programma’s wilde overstappen. Dat kwam mee door Wim Zonneveld, die Gratama bij toeval ontdekt had tijdens de geluidsmontage van Fryske styl door Geveke en later bij een optreden in Raerd. Gratama wilde zijn grenzen verleggen en vond dat iets dergelijks in Fryslân onmogelijk was. Daarbij liep het aantal boekingen van Moai waar en lange dagen terug, reden temeer om zijn heil buiten de provinciegrenzen te zoeken. Het was een stap die hem niet overal in dank werd afgenomen. Vooral vanuit de Friese Beweging kreeg hij (bijvoorbeeld van Tony Feitsma) kritiek, dit naar aanleiding van opmerkingen die Gratama tijdens een interview met de landelijke pers maakte over de (on-)mogelijkheden die Fryslân te bieden had.

Tien Nederlandstalige cabaretprogramma’s
Het eerste Nederlandse programma was Vingertjes in de pap, dat eerst in Friesland en omgeving werd gespeeld, met een première in de Lawei te Drachten (september 1967). De landelijke première volgde pas op zaterdag 16 november 1968 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam. Joop Verbeke en Karst de Groot verzorgden de muziek, aangevuld met Jacques Sambrink (bas) en Harry Hartmans (trompet, slagwerk). Tot de zomer van 1970 was de groep met ‘Vingertjes in de pap’ op toernee, soms ook in het buitenland, onder andere in Californië. In de volgende producties nam Cees Bijlstra de rol van Verbeke over, Klaas de Vries kwam erbij als slagwerker; in 1978 was Addy Scheele pianist, Frans Span basgitarist en John Eskes leider van het combo, Bijlstra bleef vernatwoordelijk voor de composities.
Tot 1982 volgden tien avondvullende cabaretprogramma’s met optredens door het hele land, in wisselende bezettingen. Liedjes vormden de rode draad, waarbij de musici, door Gratama wel aangeduid als ‘muzikantici’, in hoge mate bijdroegen aan het succes. Gratama zelf was daarbij de man van de ironie, het milde commentaar op leven en actualiteit, het spelen met taal en de relativering. John Eskes karakteriseerde hem als ‘mild en jongensachtig’. De teksten schreef hij meestal zelf, maar af en toe werd hij van creatief tekstwerk voorzien door onder andere Jan Boerstoel, Friso Wiegersma en Hans Dorrestijn.

Landelijke ontvangst
De landelijke kritieken op ‘Vingertjes in de pap’ waren goed. Het talent van Rients Gratama als theaterman werden positief beoordeeld, al mocht het wel wat scherper, zoals het Parool het stelde. De kritiek bij zijn latere programma’s was wisselend; de grote doorbraak buiten Friesland bleef uit: ‘Dat was toen de term. Doorbraak. Dat betekende dat je het fameuze Carré vol speelde, dat je platen niet aan te slepen waren, dat je een naam had die iedereen meteen wist te plaatsen. Wij, de muzikanten en ik, deden daar erg ironisch over. (…) We leden er overigens niet onder. We deden wat we deden met veel plezier en vonden, gelukkig met vele anderen, dat we echt wel wat konden.’

Terug naar het Fries
Toen hij met Vingertjes in de pap begon, schatte Gratama in dat hij niet weer met een Friestalig programma zou komen. Maar vijf jaar later liep het toch anders: op verzoek van de stichting It Fryske Boek (‘de Friese CPNB’) verzorgde hij een kort optreden met als titel Groeten uit Pingjum, dit ter gelegenheid van de opening van de Friese boekenweek in oktober 1972. Gratama bekende ten overstaan van het Friese publiek op cabarateske wijze schuld en werd ingehaald als een verloren zoon. Het smaakte naar meer. Ha dy Basken werd in 1976 zijn avondvullende Friestalige come back, opnieuw op initiatief van It Fryske Boek, met sponsoring van de Condens. Daarmee volgde de carrière van Gratama nu definitief twee sporen: Fries en Nederlands. Niet langer was het ‘of-of’ zoals in 1967, maar ‘en-en’. In 1977 verhuisde hij van Leeuwarden naar een woonboerderij in Birdaard, wat hem meteen de ruimte verschafte om theaterproducties te ontwikkelen. Op een bepaald moment waren er zeven werknemers bij de BV Gratama in dienst. Een nieuwe stimulans voor het Friestalige spoor vormde it Frysk Festival waar Gratama in 1980, 1985 en 1990 aan mee zou werken, steeds met een ander soort programma: cabaret, revu of musical.

Fien en Cox
In 1982 zette Gratama een punt achter zijn landelijke programma’s: ‘Ik zat 25 jaar in het vak. Het liep allemaal aardig, zowel in het Nederlands als in het Fries, maar uiteindelijk kon het niet meer uit.’ Dit betekende het einde van ‘een prachtige opzet waar ik in 1966 mee was begonnen.’ Nu hij vijftig was zocht hij de luwte op in Fien, een musical over de actrice Fien de la Mar met Jasperina de Jong in de hoofdrol. Hij was gevraagd voor een aantal bijrollen. Het stuk werd meer dan driehonderd keer gespeeld. Ook zanger-cabaretier Gerard Cox (1940) deed mee. Met hem maakte Gratama vervolgens naast een tv-programma drie seizoenen lang een tweetal theatershows in de stijl van het klassieke mild-kritische en muzikale cabaret. Deze samenwerking werd door het publiek verwelkomd met ‘Wat goed dat dit er nog is!’. Intussen was Gratama in 1984 docent geworden aan de Kleinkunstacademie in Amsterdam, iets wat hij achttien jaar zou blijven doen. In die periode gingen hij en zijn vrouw Jet uit elkaar. In 1985 verhuisde hij naar Elburg, waar hij ging samenwonen met zijn nieuwe partner, beeldend kunstenaar Carla van der Heijde.

Van alles wat
De theaterprogramma’s met Gerard Cox waren de laatste die hij op landelijk niveau schreef en speelde. Voor het overige bleef hij – tot op de dag van vandaag – actief op elk denkbaar gebied waarop een kunstenaar van taal en toneel kan werken. Tegen Kirsten van Santen omschreef hij zichzelf met lichte ironie als een ‘multifunctionele schnabbelaar’.

Jong talent
Kenmerkend voor Gratama’s carrière is zijn aandacht voor jong talent. Dat kwam bijvoorbeeld tot uiting in de grote tent-revu Alle jierren feest, die hij schreef voor het Frysk Festival van 1985, waaraan na het volgen van een stoomcursus kleinkunst acht amateur-spelers meededen. In het volgende programma In Fries is in Fries is in Fries (1988) trad hij voor het eerst op met Peter Sijbenga, een jong talent met roots in de popmuziek. Sijbenga vormde met Addy Scheele in de periode 1984-2005 de muzikale ruggengraat van Gratama’s programma’s, zowel in compositorisch opzicht als bij begeleiding en meespelen. In 1990 volgde de musical Mata Hari, in zowel een Friese als een Nederlandse versie. Gratama speelde daarin de vader van Margaretha Zelle; diens rol werd vertolkt door de jonge talenten Froukje Schaaf en Janke Dekker.

Nieuwe producties
In 1997 schreef Gratama ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond de musical Kening op sokken, een titel ontleend aan een boek van Hylke Speerstra. Het script was losjes gebaseerd op Jelle van Sipke Froukjes van Nynke van Hichtum. Deze musical werd een groot succes en trok meer dan achtduizend bezoekers. In 2000 werd hij gevraagd om mee te doen aan Simmertime, een groot muziekspektakel in het kader van Simmer 2000, in samenwerking met De Kast, Maaike Schuurmans en Piter Wilkens. In datzelfde jaar keerden hij en Carla van der Heijde terug naar Friesland om te gaan wonen in Akkrum en later, vanaf 2011 in Leeuwarden.
In 2010 schreef Gratama een kerst-familievoorstelling voor het 125-jarige Posthuis Theater in Heerenveen, die werd gespeeld door een paar professionals samen met een grote groep amateurs, waarbij de muziek werd verzorgd door Clara Rullmann. Dit werd het begin vaan een succesreeks in hetzelfde stramien. Er werd gespeeld in het Nederlands, maar ook ‘voor een leerzaam deel’ in het Fries.
Met Leny Dijkstra – dochter van Tetman – bracht hij als feestelijke hommage aan Tetman de Vries (1915-1988) het programma Doe kaam de maitiid, een zoveelste loot binnen Gratama’s imposante oeuvre.

Toaneelspeler en regisseur
Als jongen had Gratama al gespeeld bij het amateurtoneel. Zijn debuut maakte hij in 1946 bij amateurtoneelvereniging Achter de Hoven in Leeuwarden. Een professionele acteursrol kreeg hij voor het eerst in De twaalf gezworenen bij het Noord-Nederlands Toneel in 1997. Dat vormde voor hem een nieuwe uitdaging. Met cabaret en musical had hij het publiek altijd direct bespeeld, maar in een toneelstuk ‘ging alles tegen elkaar, met elkaar en onder elkaar [als spelers op het toneel] en moest het publiek erbij betrokken worden door de overtuiging van het spel, door taal, verhaal, concentratie, spanning en verloop’. Veel succes had Gratama met zijn hoofdrol in Kening Lear dat toneelgezelschap Tryater in 2003 speelde in het Fries Paardencentrum te Drachten, tevens het afscheid van regisseur Jos Thie. Gratama onderscheidde zich overigens zelf ook als regisseur bij Arendz’ Arends en de televisieserie Baas boppe baas.

Toneelschrijver
Als toneelschrijver debuteerde Gratama in 2008 met Eintsje libben, een toneelstuk van Tryater over het ouder worden. Hij speelde zelf ook een rol, samen met Alyt Damsma en Jan Arendz. Twee jaar later volgde De goudfisk, aanvankelijk opgezet als roman, maar uiteindelijk gepresenteerd als toneelmonoloog, over een man van 85 die een oude liefde niet kan vergeten en terugdenkt aan zijn jeugd in het dorp waar alles veranderde. De beide toneelstukken werden goed onthaald. Hans Brans noemde Eintsje Libben een ‘intieme, breekbare, maar ook verrassend frisse voorstelling’. In 2010 schreef Sietse de Vries over De goudfisk: ‘Rients Gratama weet met De goudfisk een mooi evenwicht te creëren tussen de grote rampen en de kleine ergernissen die het leven bepalen.’

Boeken
Eind jaren tachtig schreef Gratama maandelijks een column in de vorm van een fabel op rijm voor de Friesland Post met commentaar op een of andere actuele hype: pretparken, safarivakanties, body building, voorspellingen over de apocalyps enzovoort. Deze columns werden gepubliceerd met kleurrijke tekeningen van Carla van der Heijde.In 2012 verscheen van hen beiden een prentenboek in drie talen: Fries, Nederlands en Gronings. De ontvangst verschilde. Jant van der Weg (Friesch Dagblad) vond Hein en syn hin ‘een aardig verhaal, maar wel een beetje braaf’. Marja Boonstra (Leeuwarder Courant) vond het echter juist door die eenvoud ‘een prachtig boekje’. De tweede uitgave Pien en har spin werd door Boonstra op dezelfde manier beoordeeld.

Erkenning in Friesland
Gratama bleef in Friesland dé artiest op wie het publiek afkwam. Bij Ha dy Basken (1976) had hij al een verjonging onder zijn gehoor waargenomen: het publiek was losgekomen van de komische sketches en waardeerde liedjes en conferences. Nieuwe programma’s vielen goed in de smaak. Zijn tussenstap naar Fien en het bereiken van de vijftigtigjarige leeftijd vormden een aanleiding om terug te blikken (Pieter de Groot in LC 13-03-1982, deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4). Een hele stoet van medewerkers en anderen kwamen aan het woord in ‘Oaren oer Rients’ (deel 1 en deel 2). Al zijn kwaliteiten passeren daarbij de revu. In 1990 kreeg Gratama als eerste de Fryske Anjer uitgereikt, een eerbewijs van het Prins Bernhard Fonds Fryslân voor mensen of instellingen met grote verdiensten voor de Friese cultuur. Sietse de Vries schreef in 2000: ‘Rients verandert niet en dat hoeft ook niet.’ (LC 06-10-2000). Gratama stelde later dat zijn Friese doelgroep bestaat uit mensen tussen twintig jaar jonger en twintig jaar ouder dan hij. Over het Fries merkte hij in 2006 op: ‘Ik heb geen trauma’s met het Fries. Het was mijn kans en mijn beperking.’ (LC 03-03-2006). Hoeveel positiefs er over Gratama wordt geschreven, zelf is hij bescheiden als het gaat over de gewicht van zijn oeuvre op de langere termijn. Zo zei hij bij een interview ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag met Bonne Stienstra niet te verwachten dat zijn werk van blijvende waarde is: ‘Zo’n liedje als ‘Fytse’ misschien, als tijdsbeeld dan. Maar ik weet het niet. Mijn werk staat of valt met mezelf als vertolker. Het publiek moet mij erbij hebben om het mooi te vinden.’ (LC 20-01-2007).

Senior in humor, rock-’n-roll en vrijheid
Het is uniek te noemen dat Gratama ook na zijn tachtigste met nieuwe programma’s blijft komen. ‘In het landelijke cabaretcircuit zijn artiesten van mijn leeftijd allang platgewalst door een of twee nieuwe lichtingen.’ Dat is ongetwijfeld een deel van de verklaring. Maar er is meer: ‘In het cabaret is geen plaats voor ouderen, ook al bestaat meer dan de helft van de bevolking eruit. Het zou toch verrekte leuk zijn, zou je denken: ouwe dwarse apen op de bühne die de zalen platspelen met alles wat ze over het leven en zichzelf te vertellen hebben in de finaal-brutale sfeer van niets te verliezen!’ In Gratama’s optiek menen veel oude Nederlandse artiesten juist alles te verliezen te hebben. Maar het enige dat ze kunnen krijgen is respect. ‘En dat woord spijkert ze vast op het ereschavot. Dat woord hoort bij directeuren, bestuurders, helden en geleerden. Dat woord heeft geen humor, geen rock-’n-roll, geen vrijheid.’ Dan neemt hij liever een voorbeeld aan de vijf oude Cubaanse muzikanten uit de documentaire ‘Lágrimas negras’ die met hun vijfenzeventig jaar nog de sterren van de hemel spelen. En ook dit: ‘Wat ik zo langzamerhand wel weet is dat ik niet lang zonder podium kan. Ik heb er behoefte aan me zo nu en dan even flink te roeren. (…) Ik ben toch meer artiest dan ik altijd heb gedacht. Geen heilzamer medicijn dan een voorstelling.’

Noot en bronnen
> Friestalige citaten zijn in dit stuk vertaald
> Pieter de Groot, Ha, die Rients!, 1997
> Rients Gratama, serie van twintig memoire-stukken in De Moanne 2005 en 2006. Waar in deze levensschets bij citaten van Gratama geen bron wordt vermeld, komt het citaat uit een van die stukken.
> De genoemde krantenartikels

-o-

Overzicht van het belangrijkste werk
Indien makkelijk beschikbaar is extra informatie over de programma’s verstrekt. Volledigheid is in dit overzicht niet nagestreefd. Voor verwijzingen naar meewerkende muzikanten, zie hierboven.

Publicaties
1984: Fryslân is in hierhûs (gedichten en cabaretteksten)
1991: Bisteboel (20 fabels, eerder in de Friesland Post; illustraties Carla van der Heijde)
2003: Ik woe dat ik in Drint wie (cadeauboek bij het 75-jarig jubileum fan de Afûk; illustraties Carla van der Heijde)
2008: Eintsje libben / Het kleine leven (vert. Peter van de Witte)
2011: Hein en syn hin (drietalig prentenboek Fries, Gronings, Nederlands; illustraties Carla van der Heijde, vert. Gronings Geesje Vos)
2013: Pien en har spin (idem)
2016: It stuoltsje (idem)

Theaterprogramma’s bij Selskip Tetman en Jarich
1957: De tiid sil it leare
1957: Fryslân oerein!
1958: Hwat is jou libben?
1959: Sa is ’t en net oars (Nederlandse versie ‘Zo is het maar net’; als jubileumtoernee ANAB 105x gespeeld)
1960: Minsken, minsken hwat in minsken
1960: De Jonkershoeve (Nederlandstalig, op basis van ‘Mearke út Noardlik Fryslân’ van Reinder Brolsma, landelijke ANAB-toernee, ca 100x gespeeld)
1961: Feestfiere is ek in Kunst
1961: Jaar in, jaar uit (landelijke ANAB-tournee, Nederlandstalig)
1962: Omke Doeke komt út ’e hoeke (ca 200x gespeeld)

Theaterprogramma’s Selskip Rients Gratama
1963: Se moatte it sels mar witte (220x gespeeld; voor de ANAB ook in het Nederlands als ‘Je kunt het nooit weten’)
1963: Gouden banden (6x gespeeld; jubileumrevue Coöperatieve Condensfabriek Friesland, met Selskip Tetman de Vries)
1964: Nou ha wy de hichte
1964: Boek-wyt-op-swart (6x gespeeld, geschreven voor It Fryske Boek / de Boekenweek in oktober)
1965: It liif op ’e least (ca 200x gespeeld)

Theaterprogramma’s solo of met anderen
1966: Moai waar en lange dagen (ca 120x gespeeld)
1967: Vingertjes in de pap
1969: In karkefol wille (ca 8x gespeeld; hoogtepunten uit 12 jaar Friestalig werk, met Titia Dykstra)
1970: Knollentuin (met Mady Misset)
1971: Met de schrik vrij (met Mady Misset)
1972: Groeten uit Pingjum (Friestalig kort programma, voor it Fryske Boek)
1973: Groeten uit Pingjum (met Cisca Beaudoux; 130x gespeeld)
1974: Regen op het bloemkoolcorso (met de muzikanten als meespelers)
1975: Blauwe maandag (met acht jonge spelers van de Kleinkunstacademie)
1976: Ha dy Basken (ca 30x gespeeld)
1977: Geen zee te hoog (met vier jonge kleinkunstspelers)
1978: Pompend remmen (met Lia Corvers en Reina Boelens/Maeve van der Steen)
1980: Tachtich yn ’e bocht
1980: Alle hulde
1981: Gelijk oversteken
1981: Fan Sheik Sjoerd nei hjoed (repriseprogramma van Friese succesnummers)
1984: Yn ’t Frysk is ’t folle moaier (piano Addy Scheele / Dolf de Vries)
1984: De Grijze plaag (samen met Gerard Cox; toetsen Bert Nicodem)
1985: Alle jierren feest (tentrevu Frysk Festival, met Leny en Tsjip de Vries, Inez Timmer en acht jonge amateurspelers)
1986: Beperkte dijkbewaking (samen met Gerard Cox; toetsen Bert Nicodem)
1988: In Fries is in Fries is in Fries
1990: Mata Hari (musical, Friese en Nederlandse versie; tekst en rol; met Froukje Schaaf (Fries) en Janke Dekker (Nederlands); muziek Addy Scheele / Peter Sijbenga; Friese versie 20x gespeeld)
1992: Euro-super-Fries (samen met Maaike Schuurmans)
1994: BV Boppeslach
1997: Kening op sokken (naar Jelle van Sipke Froukjes van Nynke fan Hichtum, toneelstuk met liedjes voor het eeuwfeest van de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond; tekst en rol; met Leny Dykstra, Hilbert Dykstra en jong talent, o.a. Lianne Zandstra; muziek Scheele/Sijbenga, uitvoering ook met John Eskes)
2000: Te land, ter zee en yn Tersoal
2000: Simmertime (in het kader van Simmer 2000, met De Kast, Maaike Schuurmans en Piter Wilkens)
2002: 1e Priis mei Lof
2005: Makkumer slaat Workumer (ca. 40x gespeeld)
2008: Eintsje libben (toneel; tekst en rol; met Jan Arendz en Alyt Damsma)
2010: De goudfisk (toneelmonoloog; tekst en spel)
2012: Geraniums of gladioalen (met Clara Rullmann en Peter van der Zwaag, muziek en spel)
2015: Doe kaam de maitiid (met Leny de Vries, muziek Clara Rullmann; ter gelegenheid van ‘100 jier Tetman de Vries’; 17x gespeeld)

Kerstprogramma Posthuis Theater op It Hearrenfean
2010: Scrooge op de Fok (naar Dickens’ A Christmas Carol; tekst en rol als Scrooge; met Freark Smink en Maaike Schuurmans; 5x gespeeld)
2011: Krystmerakels (tekst en rol; met Freark Smink en Maaike Schuurmans; 5x gespeeld)
2012: De lytse jonker van Oranjewoud (tekst en rol; met Freark Smink en Elske DeWall; 7x gespeeld)
2013: De slach om de Beerenburcht (tekst en rol; met Freark Smink en Joop Wittermans; 10x gespeeld)
2014: Groeten uit Hjirhinne (tekst en rol; met Syb van der Ploeg en Elske DeWall; 9x gespeeld)
2015: De sterren van Bartlehiem (tekst en rol; met Aart Staartjes en Elske DeWall, 9x gepland, 11x gespeeld(?))

Diverse optredens of bijdragen aan podiumproducties (niet volledig)
1964: Top of flop (Vara tv-programma; panellid bij rechtstreekse uitzending uit de Harmonie in Leeuwarden)
1966: Tv-programma Sheik Sjoerd (NCRV)
1970: Mobiel (met Eef Brouwers en Pim Jacobs, muziek Cees Bijlstra en combo, AVRO-radio, twee-wekelijks familieprogramma, 4 seizoenen)
1970: Optreden in Californië (met popgroep Unit Gloria)
1973: Presentatie bij de afscheidstoernee van Zarah Leander
1973: Presentatie AVRO-tv ‘IJsspellenshow’
1982: Musical Fien (aantal bijrollen, 300x gespeeld)
1984: De Grijze plaag en de boze wereld (AVRO tv-programma, elke maand, samen met Gerard Cox)
1989: Waar zijn we nou mee bezig (televisieafleveringen Humanistisch Verbond; tekstbijdrage en rol)
1990: De familie Bakkus (6 afleveringen televisie Humanistisch Verbond; tekstbijdrage en rol)
1991: Presentatie Sloopfeest de Harmonie in Leeuwarden
1992: Bekijk het maar (tekst i.s.m. Renée Sellis; jeugdmusical door Jeugdkomedie Amsterdam)
1993: Met blijdschap geven wij kennis (politierevu)
1994: Laat ze maar praten (tekst i.s.m. Renée Sellis; jeugdmusical door Jeugdkomedie Amsterdam)
1995: PEB-revu
1996: Toneelrol als een van de twaalf in ‘De twaalf gezworenen’ (Reginald Rose) door het Noord-Nederlands Toneel
1998: Heerlijk duurt het langst (musical Annie M.G. Schmidt; met o.a. Jenny Arean/Jasperina de Jong en Marnix Kappers; hoofdrol buurman)
1998: Stuyvesantrapsodie (met Lianne Zandstra en brassband Euphonia)
1998: Jubileumprogramma Rabobank
2003: Hoofdrol in ‘Kening Lear’ door Tryater o.l.v. Jos Thie
2007: Posthuis Proostshow 2007 (‘nieuwjaarsbitterballencabaret’ met Di Gojim en Peter Sijbenga)
2007: Baas boppe baas (musicalkomedie naar tv-reeks van Steven de Jong, gespeeld door Renze Westra en Meriyem Manders; tekst en regie)
2007: Arendz’ Arends (regie; Tryater, solovoorstelling Jan Arendz)
2009: Posthuis Proost Show 2009 (nieuwjaarsbitterballencabaret met Meriyem Manders en Mousmé Brocaar; muziek Clara Rullmann en Peter van der Zwaag)
2012: Tekst en presentatie Grut Frysk Diktee
2016: Kredyt (regie; productie van Achmea Culpa, tekst Gerrit Breteler, spelers Anke Bijlsma en Gerrit Haaksma, maart 2016-juni 2018, 200x gepland)

Columns
Columns, o.a. in de Friesland Post, vaak geïllustreerd door Carla van der Heijde:
Brieven van Douwe Dwersgreppel; De Stinnema’s; Bisteboel en De doordriuwers.

Muziek
1967: Fryske styl, lp
1970: Vingertjes in de pap, lp
1971: Knollentuin, lp
1975: Aldus naar waarheid ingevuld, lp
1976: Ha dy Rients, lp
1980: Tachtich yn ’e bocht, dubbel-lp; cd, 1995
1988: In Fries is in Fries is in Fries, lp
1997: Kening op sokken. De musical, cd
2002: 70 jier Rients, cd (met vele anderen)
2013: Almere kolere (protestlied, samen met Syb van der Ploeg)

Filmrol in
1985: De dream, regisseur Pieter Verhoeff
2001: Nynke, regisseur Pieter Verhoeff
2003: Ik, kening Lear (voor Omrop Fryslân)

Prijzen / onderscheidingen
1990: Friese Anjer
1997: Culturele prijs van de gemeente Smallingerland
1998: Ridder in de Orde van Oranje Nassau
2008: Fedde en Martha Bergsmapriis voor ‘Eintsje libben’


Meer over werk en leven van Rients Gratama (een selectie)

Eigen website

Pieter de Groot, Ha, die Rients! (1997)
Henk van der Meulen, recensie Ha, die Rients!, LC 24-01-1997
Rients Gratama, Reeks van 20 autobiografische bijdragen in De Moanne, maart 2005 – januari 2007. Waarvan digitaal beschikbaar: ‘Feroaring’ over de breuk met Tetman, in de Moanne 21-09-2005.
Pieter de Groot, interview in De Moanne, 2007 nr 1.

Arthur Vandamme over ‘Se moatte it sels mar witte, LC 02-07-1963
Arthur Vandamme over ‘It liif op ‘e least’, LC 02-07-1965
Rients Gratama, ‘… net wer mei in Frysk programma’, LC 19-08-1967
Interview kort voor de première in Amsterdam, LC 09-11-1968
Reacties na de première, LC 18-11-1968
Sytse Jan van der Molen, over première Ha, dy Basken!, LC 18-09-1976
Jacob Noordmans, ‘LCommentaar’ Ha, dy Basken!, LC 28-09-1976
Pieter de Groot, première Mata Hari, LC 06-10-1990
Pieter de Groot, bij begin BV Boppeslach, LC 09-09-1994
Pieter de Groot, Rients 40 jaar op de planken, LC 27-12-1996, deel 1 en deel 2
Dosint Academie voor kleinkunst, ook na zijn 65ste, LC 24-01-1997
Pieter de Groot, een alternatief verhaal over hoe Gratama bij Tetman terechtkwam, LC 24-01-1997
Sietse de Vries, bij 65ste verjaardag, LC 25-01-1997, deel 1 en deel 2
Annemarie Kok, Een aardige jongen uit Pingjum, Trouw 24-05-2000
Bonne Stienstra, bij 75ste verjaardag, interview LC 20-01-2007
Hans Brans over ‘Eintsje libben’, LC 11-10-2008
Kirsten van Santen, Interview ter gelegenheid van ‘de Goudfisk’, LC 01-10-2010 deel 1 en deel 2
Pieter de Groot, bij 80ste verjaardag, LC 20-01-2012
Nynke van der Zee, een heel leven in Eintsje Libben, op website de Moanne 12-12-2013
Kirsten van Sante, LC 10-12-2015
Sietse de Vries, LC 17-10-2015
Gerbrich van der Meer, FD 05-03-2016

Sikke Doele over Bisteboel, LC 01-03-1991
Marja Boonstra over prentenboeken, LC 17-02-2012 en LC 07-06-2013
Jant van der Weg, over Hein en syn hin, FD 2012

Corrie Verker, ‘Een actrice grillig als een genie’. Over Fien de la Mar, LC 25-04-2015
Pieter de Groot oer Cor Huisman, LC 30-04-2015
Pieter de Groot, column LC 20-01-2017

Gerbrich van der Meer, fraachpetear, FD 05-03-2016 foto, part 1 en part 2

© Tresoar 27-05-2015