Geboren 02-05-1948, Sneek

Leven en werk

Jelle Kaspersma is in Sneek geboren, een groot deel van zijn jeugd heeft hij in Stavoren doorgebracht. Op de kweekschool in Sneek heeft hij de opleiding tot onderwijzer gevolgd. Daarna heeft hij als leraar van de basisschool een baan buiten Fryslân gevonden, vanaf 1973 staat hij in Genemuiden voor de klas.

Dichter
In zijn tijd aan de kweekschool van Sneek begon Jelle Kaspersma met dichten, eerst in het Nederlands, maar al vrij gauw ook in het Fries. Hij maakte daar deel uit van een groepje jonge dichters en tekenaars, waarvan sommigen van hen bij hem op de opleiding zaten, zoals Bartle Laverman, Binne Lútsen Boarnstra en Tsjêbbe Hettinga. Gedichten van hem verschenen begin jaren zeventig in de literaire tijdschriften Trotwaer, Sonde  en Alternatyf. In 1974 won hij met het gedicht ‘Frisia Cantat’ de Rely Jorritsmaprijs. Datzelfde jaar kwam er een bundeltje uit met de titel Loft, lân & sé,  het debuut van Jelle Kaspersma en Tsjêbbe Hettinga, een boekje dat zij als soort van grap uitbrachten onder de schuilnamen Kasper Jellema en Hette Tsjêbbema. De gedichten waren gemaakt door Hettinga en Kaspersma, elk ongeveer de helft van eht totaal, de illustratie door Kaspersma. Hij illustreerde ook twee andere bundels van Tsjêbbe Hettinga: Yn dit lân  (1973) en Fan loft, lân en leafde  (1975). Pas in 1982 verscheen er een dichtbundel van zijn hand, hij debuteerde in dat jaar met de gedichtenbundel Fan ‘e Beuch. De bundel bevat ‘vissersgedichten’ die hij tussen 1968 en 1971 schreef, en een aantal haiku’s. Toen hij als opgroeiende jongen in Stavoren woonde ging hij, om iets te verdienen, zomers mee op een vissersschip. Zijn ervaringen op dat schip heeft hij op dichterlijke wijze weergegeven in zijn gedichten, daarbij gebruikte hij woorden die hij van de vissers uit Laaksum hoorde. De bundels van Jelle Kaspersma bevatten naast gedichten met een vrije versvorm ook haiku’s, korte drieregelige gedichten met wat het aantal lettergrepen betreft een vaste vorm, 5-7-5.
Twee jaar later kwam zijn tweede bundel Sleatswâl fol krûden uit, in 1986 gevolgd door Bleatlein. In de beide eerste bundels staan tekeningen van Johannes de Vries. Kaspersma schrijft niet alleen in het Fries, hij woont al jaren buiten Fryslân, maar ook in het Nederlands. Hij heeft ook, in samenwerking met Geke Mateboer en Henk Beens, twee keer een bundeltje met verhalen en gedichten gepubliceerd in het Gaellemunegers, de streektaal van Genemuiden. Deze verschenen onder de titels Doake  en Achter de Tonge. Zijn vierde Friese gedichtenbundel Op de flerken fan myn tinzen  bracht hij in 1989 uit, weer met afbeeldingen van Johannes de Vries en een omslag gemaakt door Folkert van der Hoek. De bundel bevat 45 gedichten, 19 daarvan zijn haiku’s.
Belangrijke thema’s in het werk van Kaspersma zijn het landschap, vaak dat van Zuid-West Fryslân, Gaasterland en het IJsselmeer. De natuur, het weer en de visserij beschrijft hij vrij van romantische impressies. Verder komt de (on)macht van de dichter, de dood en het verliezen van een dierbare aan de dood, vaak terug in zijn gedichten.
Jelle Kaspersma heeft een wat ambivalente houding met het Fries en de Friezen, in 2004 heeft hij genoeg van het Friese kunstwereldje, de lauwe ontvangst van zijn werk en het te kort aan respons dat hij op zijn Friese werk kreeg. Zijn in dat jaar verschenen verzamelbundel De lije side fan de tiid, in kar út sân poëzijbondels  zou de laatste zijn. Hij besloot om alleen nog in het Nederlands te publiceren, niet meer in het Fries. Maar `het bloed kruipt waar het niet gaan kan` en Kaspersma kwam terug op zijn besluit, in 2006 kwam bij uitgeverij Venus opnieuw een bundel van hem uit met de titel Dyn brune eagen taheakke.

Jelle Kaspersma is al lang zeer geïnteresseerd in het bestaan van indianen. Hij is verscheidene keren in de Verenigde Staten geweest om daar indianenstammen op te zoeken. Tijdens die reizen heeft hij contact gehad met schrijvers van indiaanse afkomst. Vaak mensen met een universitaire opleiding, die hun verhalen niet schrijven in een van de meer dan vijftig indianentalen, maar in het Engels. Jelle Kaspersma heeft een aantal van die literaire verhalen in het Nederlands vertaald. De verzamelbundel met een selectie van die verhalen verscheen in 1997 onder de titel Hoe de verhalen in de wereld kwamen: bloemlezing uit het werk van zestien Indiaanse schrijvers.
Gedichten van indiaanse dichters had hij al eerder vertaald in het Fries, de bundel Skyldpod, bear en wolf: fersen van Peter Blue Cloud  (1979) en Tonger út stiennen: fersen fan Lance Henson  (1987) had hij al eerder uitgegeven. De Nederlandstalige bloemlezing  De aarde is ons vlees: bloemlezing uit het werk van zevenentwintig Indiaanse dichters  kwam in 1990 uit.

Lijst van belangrijkste Friestalige werk:

Poëzie:
1974: Loft, lân en sé (met Tsjêbbe Hettinga)
1982: Fan ’e beuch : fiskersfersen
1984: Sleatswâl fol krûden
1986: Bleatlein
1989: Op de flerken fan myn tinzen
1994: Folgas sudenop en oare lieten
1995: De tosken yn it glês
1996: Ta de bonken úttekene
2000: Ave Marije : Madonna fan Starum
2004: De lije side fan ’e tiid
2006: Dyn brune eagen taheakke
2007: Ieneach kening (met tekeningen van Gerrit Cnossen)

Vertalingen in het Fries
1979: Skyldpod, bear en wolf (gedichten vertaald van Peter Blue Cloud)
1987: Tonger út stiennen (gedichten van Lance Henson)

Prijzen
1973: Rely Jorritsmaprijs (gedicht: ‘Frisia Cantat’)
1995: Rely Jorritsmaprijs (gedicht ‘it wurge hert’)

Meer informatie
Jelle van der Meulen, Friese literatuursite


Tresoar © 08-12-2006