Berne: 03-11-1951, Drachten

Leven en werk

Douwe Kootstra is in 1951 in Drachten geboren. Daar is hij ook opgegroeid en hij volgde aan de Rijks Pedagogische Academie (R.P.A.) de opleiding tot onderwijzer.

Zijn eerste benoeming als onderwijzer kreeg hij aan een basisschool in Oosterzee (1974). Op de R.P.A. in Drachten belandde hij in een links-liberale Friesgezinde sfeer. Dat is voor een deel bepalend geweest voor hoe hij later in het leven stond. Na zes jaar verruilde Kootstra de school in Oosterzee voor de Dr. Theun de Vriesschool in Veenwouden. Toen hij 23 jaar voor de klas had gestaan, was hij toe aan iets anders. Dat werd een functie bij het Taalcentrum Fries van het GCO Fryslân in Leeuwarden. Hij werkt daar in deeltijd, zodat hij tijd overhoudt voor reizen en schrijven.

Met schrijven was Douwe Kootstra al tijdens zijn middelbare schooltijd in Drachten begonnen, hij schreef voor de Drachtster Courant  verslagen van zijn eigen voetbalclub en hij zat in de redactie van de schoolkrant van de PA. Op de PA raakte hij geïnteresseerd in het Fries en het verschijnsel tweetaligheid; voor onderwijsblad De Pompeblêden  schreef hij, aan het eind van de jaren zeventig, artikelen over tweetaligheid zoals dat voorkwam in Brussel, op de Hebriden en in Sri Lanka. Met hetzelfde doel reisde hij, samen met zijn vrouw, in 1981 naar Roemenië, dat toen nog erg te lijden had onder het bewind van Ceaucescu. Door de schrijnende situatie daar, die hem erg raakte, werd het een veel breder verhaal dan alleen tweetaligheid. Het kwam als reisverhaal in De Strikel  te staan, en markeerde zo het begin van zijn ontwikkeling als schrijver van reisverhalen. Kootstra was in 1982 in de redactie van het cultureel maandblad De Strikel  gekomen, al gauw werd hij een van de vaste leveranciers van reisverhalen. In de Friese literatuur was dat een nieuw verschijnsel, er werd incidenteel wel eens verslag gedaan van een reis, maar een schrijver die zich met name toe legde op reisverhalen was er  niet. Douwe Kootstra debuteerde in boekvorm met de bundel De moanne op ‘e rêch  in 1987. De bundel sloeg aan en kreeg een opvolger in Yn de baan fan de boemerang  (1990). Drie jaar later verscheen Achter ljochte bergen,  de vierde bundel Alde spoaren,  kwam uit in 2000.
Kootstra schrijft geen reisverslagen, maar reisverhalen. Hij registreert niet alleen wat hij ziet en beleeft, maar heeft ook een mening over wat hij meemaakt. ‘Ik lieg ook wel eens in een reisverhaal en laat dan mijn fantasie gaan’, zei hij in een interview met Jan Jongsma ( Nieuwsblad Noord-Oost Friesland,  23-09-1987).
Als hij op reis is, strijden de schrijver en de moderne westerse toerist in hem om voorrang. De reiziger in hem wil wat zien en ontdekken, maar wil ook wel eens tot rust komen in de schaduw met een glaasje wijn, de schrijver maakt notities en wil altijd maar verder: ‘De reiziger zegt dat ik stapelgek ben om vrijwillig in zo’n zonnehel te stappen. De schrijver komt met  het argument dat  hij graag iets over de Romeinen in Portugal op papier wil zetten’, (citaat uit”Achter ljochte bergen – 1993).
Dat Douwe Kootstra met zijn Friese reisverhalen een trend heeft gezet bleek wel, de jaren daarna kwamen schrijfsters als Joke Keizer, Jitske Kingma en schrijver/dichter Willem Abma ook met bundels reisverhalen in het Fries.
In 2001 heeft Kootstra het boekenweekgeschenk Berjochten út Boedapest  geschreven. Deze keer geen reisverhaal, maar het verslag van een relatie. Kootstra had geen literaire pretenties met het boekje, maar  heeft, aan de hand van brieven, het verslag gedaan van de ervaringen van een Hongaarse vrouw die in 1923 als klein meisje, met veel andere Hongaarse kinderen, in Boedapest op de trein werd gezet om in Nederland aan te sterken. Met het schrijven van het boekje heeft Kootstra tegelijk een interessant stukje geschiedenis van zowel Hongaren als Friezen geschreven.
Douwe Kootstra schrijft daarnaast kritische columns over milieuzaken in het ledenblad van It Fryske Gea. Voor zijn werk houdt Kootstra zich  bezig met het uitgeven van boeken voor het onderwijs, hij is daar als schrijver, samensteller en redacteur bij betrokken.

Sinds begin jaren negentig is Douwe Kootstra ook actief als verhalenverteller, hij legt zich met name toe op de oude volksverhalen uit Fryslân. Met de verhalen die mensen als Dam Jaarsma, Ype Poortinga en Waling Dijkstra bij elkaar  hebben gebracht, kan Kootstra nog jaren vooruit.

Werk
1985: Patat Spesjaal. In doch-, sjoch-, en lêsboek (met Baukje Wytsma, Tiny Mulder en Meindert Bylsma)
1987: Heechterp en it geheim fan de stien. (geschreven met hulp van scholieren door meerdere Friese auteurs)
1987: De moanne op ’e rêch: reisverhalen
1990: Yn de baan fan de boemerang: reisverhalen
1993: Achter ljochte bergen: reisverhalen
2000: Alde spoaren: reisferhalen
2001: Berjochten út Boedapest  (Boekenweekgeschenk)
2010: Paradys oan de baai (reisverhalen)
2016: Achterlik Fryslân
2016: De tsien fan Hylkje (samensteller)
2017: De wiete poes (samensteller, met Jurjen van der Kooi)

Tresoar © 23-02-2007