Geboren: 02-09-1927, Bolsward

Leven en werk

Aggie van der Meer is op 2 september 1927 geboren in Bolsward. Ze is die stad altijd trouw gebleven. Ze heeft daar haar kinderjaren doorgebracht en op school gezeten, werkte er en is er getrouwd.

Aggie van der Meer was twaalf jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Die omstandigheid heeft er voor gezorgd dat haar schoolopleiding niet altijd liep zoals zij dat graag wilde. Later heeft zij bij stukjes en beetjes nog verschillende opleidingen gevolgd. Zij is begonnen met een analistenopleiding, maar omdat daarin niet veel banen te vinden waren, heeft zij daarna een opleiding tot tekenlerares gevolgd. Dat heeft zij voor een deel schriftelijk gedaan omdat ze toen al een gezin met zes kinderen had. De van huis uit rooms-katholieke Van der Meer kreeg een baan als lerares tekenen aan de openbare mavo in Bolsward. Bij de katholieke mavo wilden ze haar niet in dienst nemen vanwege haar kritische houding tegenover kerk en maatschappij.

Toen Aggie haar man op doktersadvies werk buitenshuis moest zoeken, zijn ze samen iets anders begonnen: tuinontwerp en tuinaanleg. Dat was rond 1970. Hij deed de aanleg, zij het ontwerp. Aggie van der Meer was actief in de vredesbeweging en was een van de initiatiefnemers van Leefbaar Friesland, een beweging die zich inzet voor de sociale verhoudingen in kerk en maatschappij en voor de biologische landbouw.

Literair werk
Van der Meer is op latere leeftijd begonnen met het schrijven van gedichten en proza. Voor de vredesbeweging en Leefbaar Friesland schreef zij al wel artikelen. Met het schrijven van literair werk begon ze toen ze was gestopt met haar andere activiteiten.

Het enige proza waaraan ze zich had gewaagd, was het kinderboek It kemiel fan omke Romke, dat in 1964 verscheen bij Osinga in Bolsward. Wel publiceerde zij enkele gedichten in de literaire tijdschriften Hjir, Tzum en het digitale tijdschrift Kistwurk. Haar debuut in boekvorm De stêd, it bist, de ingel, met als ondertitel Balladeske, kwam uit in 2000 bij uitgeverij Frysk en Frij. In oktober 2004 is het, bewerkt tot toneelstuk, door toneelgroep De Blauwe Toer, drie keer opgevoerd onder de titel Spul om de Stêd, it Bist, de Ingel, in het Marne Theater in Bolsward.

In het kader van 550 jaar stadsrechten van de stad Bolsward, schreef Aggie van der Meer, op verzoek van toneelgroep De Blauwe Toer, het stuk Spiegelbylden, spul om Jan Brugman. De première en opvoeringen waren in oktober 2005, opnieuw in het Bolswarder Marne Theater.

Haar tweede dichtbundel Hân oan ‘e muorre verscheen in 2002 en in datzelfde jaar debuteerde zij met een roman, de Lytse roman fan Jon Fels. Centraal in dit boek staan de onderlinge relaties tussen de hoofdpersonen, met name tussen Jon Fels en zijn moeder, haar nieuwe vriend en de pedofiele Warner Reints. Het is Van der Meer gelukt om laatstgenoemd personage genuanceerd weer te geven. Ondanks de gevoeligheid van het onderwerp is Lytse roman fan Jon Fels niet een zwaarmoedig boek geworden. Het taalgebruik is vaak poëtisch, terwijl de schrijfster royaal gebruikmaakt van symboliek middels beelden uit de natuur. Jabik Veenbaas [1] noemde dit boek dan ook 'een meer dan interessant prozadebuut', met waardering voor de opbouw en het beeldende taalgebruik. Eric Hoekstra [2]  zag zelfs 'een geniale novelle'.

De stijl die Aggie van der Meer hanteert is erg eigen: zowel poëtisch als to the point. Haar taalgebruik is rijk, ze schept graag metaforen en beelden die verwijzen naar de Bijbel, andere boeken, de natuur of de klassieken. Ook haar verhalenroman Untdekking fan 'e wrâld toont de lezer een rijke binnenwereld. In deze autobiografische en filosofische roman geeft ze haar visie op het leven en de wereld door middel van anekdotes, aforismen en gesprekken in de stijl die ze ook in haar debuut al gebruikte. Jetske Bilker [3] kon er wel waardering voor opbrengen, met name waar het gaat om de heldere verteltrant, al was ze kritisch op het laatste deel dat volgens haar niet gemakkelijk te volgen is: 'Wanneer ze te weinig verklaart, wanneer niet duidelijk wordt wat de reden is bepaalde herinneringen op te halen, wanneer er te veel namen in voorkomen die later niet terugkeren, krijg je weleens het idee: waarom moet dit in het boek?'

Een jaar later volgde Pauwehôf, een korte roman over drie gezinnen ergens op het platteland. Schetsmatig wordt een beeld gegeven van de manier waarme de personages omgaan met hun levensvragen en vooral ook met elkaar. Gerbrich van der Meer [4] vond dat laatste aspect goed weergegeven: 'Toch moet gezegd worden dat Aggie van der Meer met Pauwehôf wel een heel mooi en subtiel beeld geeft van hoe buren met elkaar omgaan in een wankel evenwicht van interesse in en betrokkenheid met elkaar'. Abe de Vries [5] was van mening dat niet alle personages 'goed uit de verf' kwamen, terwijl hij over het slot dit zei: 'Een vraag die je je als lezer kunt stellen is of het slot wel zo bevredigend is. Met een variant op een regel van een bekende Friese dichter zou ik zeggen: zoveel geluk, je gelooft er niets van'. Naast de 'symbolistische stijl waarop Van der Meer het patent op lijkt te hebben', zit de kracht van deze roman volgens De Vries in de compositie.

In haar vierde roman Oerfeart zijn het drie leden van een familie die elk vanuit de eigen tijd een gesprek voeren over de diepere lagen van het bestaan. Daarmee is dit boek meer dan een gewone familiegeschiedenis, iets waarover Jelle van der Meulen [6] goed te spreken was: 'Dit boek laat [...] namelijk zien wat literatuur kan zijn, rijk aan verbeelding, rijk aan taal'. Met name voor dit boek kreeg Aggie van der Meer in 2011 de Piter Jellesprijs uitgereikt.

Dat Aggie van der Meer de actualiteit niet schuwt, blijkt wel uit de verschijning van De dei dat Farah Bezaz ferdwûn, een roman over de problematiek in de moslimwereld en dan vooral bezien vanuit Farah Bezaz, een meisje dat dreigt te worden uitgehuwelijkt. Jetske Bilker [7] had waardering voor de actuele kant van het onderwerp, maar was voor de rest niet erg te spreken over deze roman. Ze vond de stijl niet overtuigend, terwijl de personages niet tot leven komen door het hanteren van alwetende verteller, waardoor het verhaal in haar optiek doodslaat. Elske Schotanus [8] zag een 'goed gestructureerd' boek, al ontbrak er voor haar gevoel toch iets: 'Zonder een Fries schrijvende Hafid Bouazza, Abdelkader Benali of Naima El Bezaz kunnen bijvoorbeeld Marokkanen in een roman dan wel Fries spreken, toch slaagt ook Aggie van der Meer er niet in die wereld dichterbij te brengen, zeker niet waar het gaat om een conservatieve, gesloten familie, het is de wereld daaromheen, die van ongelovigen en moslims "met verlichte ideeën" waar het om gaat'.

Na publicaties in 2010 en 2012 werd het een poosje stil. Pas in 2016 meldde Van der Meer zich weer met De achttjin. Ferenc Hacha, zelf van Joodse kom-af, is lid van het Politbureau van Tsjechoslowakije in de periode dat Jan Palach zichzelf verbrandde als protest tegen de Russische inval om een einde te maken aan de Praagse lente. Door zijn achtergrond heeft Ferenc de neiging alles om hem heen zo overzichtelijk mogelijk te houden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het bord met achttien poppetjes dat hij er thuis op na houdt, waarbij elk poppetje staat voor een lid van het Politbureau. Ook de Communistische Partij biedt hem de structuur die hij zoekt. Vanuit die positie probeert hij zich te verhouden met de ontwikkelingen om hem heen. Aggie van der Meer kwam op haar hoofdpersoon na het zien van een film over het proces tegen Jan Palach. Hierin komt een lid van het Politbureau voor die haar boeide. 'Ik zoek altijd degene die afwijkt en hoe zo iemand daarmee omgaat. Maar ook degene die niet afwijkt, of dat niet aandurft, boeit me,' lichtte de schrijfster toe in een vraaggesprek [9] met Gerbrich van der Meer. Meindert Reitsma [10] zag 'een bijzonder goed boek', Doeke Sijens [11] vond de opzet 'uit literair oogpunt perfect', al miste hij nu en dan 'de ware emoties' in deze roman. Ook andere recensenten (zie het boekprofiel) waren lovend over opzet, stijl en inhoud.

Na de publicatie van De Achttjin bleef Van der Meer actief. Niet alleen verzorgde ze samen met Marga Claus het 'Kadoboek' van 2016, ook bracht ze Hu Wu en Misty Mac uit, een lichtvoetig boekje met teksten die ze eerder publiceerde in internettijdschrift Fers2, in 2017 gevolgd door de roman Anna, een familiegeschiedenis over de liefde tussen Anna en haar oom Onno, die op lieraire wijze wordt verteld. Met name de briefwisseling tussen Onno en Anna spraken Jaap Krol [12] aan, maar tegelijk miste hij de schwung, waardoor het verhaal in zijn ogen weleens wat te 'hermetisch' overkomt. Doeke Sijens [13] stoorde zich daar ook aan: '... het valt niet mee steeds maar weer belangstelling voor het verhaal op te brengen', terwijl hij de schrijfstijl 'omslachtig' noemde.

Wat van haar proza kan worden gezegd, geldt ook voor haar dichtbundels. De beeldspraak is vaak overdadig, vol met symbolen en verwijzingen naar Bijbelse motieven, maar ook naar geschiedenis en aardrijkskunde. Daardoor is de poëzie van Aggie van der Meer niet altijd gemakkelijk toegankelijk. Wat de inhoud van haar werk betreft laat Van der Meer ook in haar poëzie een wereld zien die te lijden heeft van het streven naar macht en het egoïsme van de mens.

Bronnen voor dit artikel
[1] Jabik Veenbaas, LC 08-11-2002
[2] Eric Hoekstra, Farsk 12 - 2003
[3] Jetske Bilker, Farsk 43-2005
[4] Gerbrich van der Meer, FD 20-05-2006
[5] Abe de Vries, LC 16-09-2005
[6] Jelle van der Meulen, Friese literatuursite
[7] Jetske Bilker, LC 14-11-2008
[8] Elske Schotanus, eigen webside 10-2008
[9] Gerbrich van der Meer, FD 30-07-2016 (fraachpetear)
[10] Meindert Reitsma, FD 30-07-2016
[11] Doeke Sijens, LC 03-06-2016
[12] Jaap Krol, FD 10-03-2018
[13] Doeke Sijens, LC 02-03-2018


Lijst van belangrijkste werk

Poëzie
2000: De stêd, it bist, de ingel : balladeske
2002: Hân oan 'e muorre
2004: Wachtsjen op it daagjen
2007: It bern dat oer it wetter blaast
2012: De sneinen
2014: Tei-iizje / Lok-azen (tweetalig)

Romans en novellen
2002: Lytse roman fan Jon Fels
2004: Untdekking fan ’e wrâld
2005: Pauwehôf
2006: Oerfeart
2008: De dei dat Farah Bezaz ferdwûn
2010: Winter oan see
2012: In moaie dei yn ’e hjerst. Wa rêdt Cecilia Tan (Twee novellen)
2016: De Achttjin
2016: Ho Wu en Misty Mac
2017: Anna

Overig literair proza
2016: Neiskrift (brievenboek samen met Marga Claus; 'Kadoboek' 2016)

Kinderboek
1964: It kemiel fan omke Romke

Toneel
2004: Spul om de stêd, it bist en de ingel
2005: Spegelbylden: spul om Jan Brugman
2008: De susters
2009: Loftkastielen
2010: Brulloftsgasten (tragiekomedzie)

Prijzen
2011: Piter Jellespriis voor de roman Oerfeart.

Meer over schrijfster en werk
Eigen website
Jelle van der Meulen, Friese literatuursite
Sietse de Vries, vraaggesprek  LC 15-04-2016
Brochure 10 books from Friesland 2016

©Tresoar, bijgewerkt 02-05-2018