Geboren 2 april 1921, Beetsterzwaag
Overleden 4 november 2010, Jellum

Leven en werk

Tiny Mulder is geboren in Beetsterzwaag. Als kind woonde zij op verschillende plaatsen buiten Fryslân, het langst in Assen. In het ‘Kwartet foar Assen’ (1968) heeft zij haar tijd daar dichterlijk verwoord.

Toen zij dertien jaar was, verhuisde de familie Mulder naar Drachten. Tiny leerde toen Fries spreken, voor lezen en schrijven volgde zij een cursus. Zij ging in Drachten naar de Mulo en later in Leeuwarden naar de HBS. Toen Tiny Mulder negentien jaar werd, brak de Tweede Wereldoorlog uit. Na haar eindexamen had ze graag de journalistiek in gewild, maar door de tijdsomstandigheden lukte dat toen niet. Zij vond werk op het gemeentehuis van Smallingerland en later bij diezelfde gemeente op het distributiekantoor, waar Piter Wybenga, een van de latere leiders van de Friese illegaliteit, haar chef werd. In 1942 vroeg hij haar om mee te doen in zijn verzetsgroep. Zij hoefde er niet lang over na te denken om ja te zeggen. Als verzetsvrouw hielp zij geallieerde piloten, zocht zij onderduikadressen voor joodse mensen en deed verder wat er op haar weg kwam.
Kort na de oorlog trad Tiny Mulder als journaliste in dienst bij het Friesch Dagblad  en tegelijk heeft ze toen een poos gewerkt als tolk voor het militair gezag. Zij heeft veertig jaar, in deeltijd, bij het FD gewerkt en in die tijd verschillende facetten van het journalistieke vak beoefend. Voor sommige regionale kranten was ze correspondent in Engeland en Schotland, later heeft zij die functie ook uitgeoefend in Amerika, Canada en Denemarken. In 1949 trouwde ze met collega-journalist bij de Leeuwarder Courant  Jildert Sudema (1923 – 1998); samen kregen ze twee kinderen.
Begin jaren vijftig heeft Mulder voor het FD de kinderrubriek ‘Us eigen herntsje’ opgezet en lange tijd verzorgd. In de jaren zeventig en tachtig schreef zij voor die krant tweetalige columns met een journalistiek karakter, ‘Ventweg’ en  ‘Midstwa’. Tiny Mulder is in 1985 gestopt met haar journalistieke werkzaamheden.

Poëzie
Op literair gebied is Tiny Mulder op een breed front actief geweest. Zij dichtte, schreef verhalen en twee romans, kinderboeken, hoorspelen en een bundel met interviews Hwer hast it wei? (1971). Verder heeft ze vertalingen gemaakt van toneelstukken en van kinderboeken. Zij deed radiowerk, voor de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost) hield zij boekbesprekingen en zij recenseerde vele jaren boeken voor het Friesch Dagblad.
Als dichteres debuteerde zij in 1948 in De Stim fan Fryslân met het gedicht Unaryske fersen. Haar eerste publicatie in boekvorm was It boek foar de Fryske bern (1954), een boek met gedichten, raadselrijmpjes, liedjes en verhalen, dat zij samen met Jant Visser-Bakker schreef en waarbij Diet Huber tekeningen maakte.
Haar eerste gedichtenbundel Oranje paraplu kwam in 1962 uit, in 1965 gevolgd door de bundel Viadukt.
De bundels waren het begin van een groot aantal gedichten die van de hand van Tiny Mulder zouden verschijnen, de meeste zijn gepubliceerd in het literair tijdschrift De Tsjerne. In 2001 is haar dichtwerk uitgebracht in de verzamelbundel Bitterswiet, ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van de dichteres. De bundel heeft de naam gekregen van het waarschijnlijk meest beroemde gedicht van Mulder, ‘Bitterswiet’ dat in 2001 onderwerp was van een project van Omrop Fryslân en het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum. Dat project had als uitgangspunt om het gedicht ‘Bitterswiet’ in zoveel mogelijk andere talen te laten vertalen; dat zijn er uiteindelijk 82 geworden. De gedichten zijn uitgegeven in een bundel met de titel van het gedicht; 55 vertalingen worden voorgelezen op een bijbehorende cd.
Vaak terugkerend thema in het werk van Tiny Mulder is haar fascinatie voor scheppingsprocessen. In de cyclus Oh in stêd, ah in lân is dat het scheppen van een bestaan van mensen die onder ongunstige omstandigheden en hardwerkend een bestaan moeten verkrijgen. Uit een groot aantal poëtische verzen blijkt haar belangstelling voor het scheppingsproces dat het maken van poëzie is.

Proaza
Tiny Mulder heeft twee romans doen verschijnen. De bekendste, Tin iis, verscheen in 1981. Haar tweede roman, In moaie leeftyd, in 1991. Van Tin iis kwam in 1987 een Nederlandse vertaling uit onder de titel Gevaarlijk ijs.
De roman Tin iis was oorspronkelijk bedoeld als jeugdboek, maar de waardering van volwassenen voor het boek was zo groot, dat de tweede druk als roman werd gepresenteerd.
In het boek beschrijft Mulder haar eigen ervaringen als koerierster in de oorlog, maar het is ook een eerbetoon aan haar ouders die een joods meisje onderdak boden. Bijzonder aan dit boek is dat het de belevenissen van vrouwen in het verzet beschrijft. En tegelijk de moed van al die huisvrouwen en moeders die joodse kinderen in huis namen en die de zorg hadden voor een of meer onderduikers. Het boek werd meer dan twintig jaar na het verschijnen nog altijd goed verkocht, de Friese uitgave is al vijf keer herdrukt en ook de Nederlandse vertaling was zeer succesvol.

Kinderboeken
In het eerste kinderboek waar Tiny Mulder aan meewerkte, It boek foar de Fryske bern (1954), stonden op traditionele wijze geschreven liedjes, rijmpjes en verhaaltjes. Dat in tegenstelling tot haar solodebuut Juffer Kuorkebier (1957), een boek met lichte en speelse kinderpoëzie, geïnspireerd door o.a. de Helgolander auteur James Krüss. Daarna volgden nog enkele soortgelijke publicaties.

Vertalingen
Naast eigen werk voor kinderen, heeft zij ook kinderliteratuur uit andere talen vertaald. Het eerste was Mein Urgrossvater und ich van de Helgolander James Krüss, dat verscheen onder de titel Myn oerpake en ik (1962). Van diezelfde auteur publiceerde ze in 1989 de vertaling van Die Geschichte vom Huhn und vom Ei met de Friese titel It ferhaal fan de hin en it aai. In 1964 vertaalde zij het beroemde Alice’s Adventures in Wonderland  van Lewis Carroll; het verscheen onder de titel Alice yn Wûnderlân. De bjusterbaarlike reis fan Menear Prikkeskonk nei it boek Histoire de Monsieur Cryptogame van Rudolf Töpffer, vertaalde zij vrij naar de Nederlandse vertaling van J.J.A. Goeverneur. In 1993 kwam It ferhaal fan Piter Knyn uit, een vertaling van Tiny Mulder van het bekende The tale of Benjamin Bunny van Beatrix Potter.
Voor toneel heeft zij verschillende stukken vertaald, evenals hoorspelen.

Allerlei
Van Tiny Mulder verscheen in 1998 een verzamelbundel met verhalen onder de titel De beste Fryske ferhalen. Veel verhalen van haar waren al eerder gepubliceerd in o.a. De Tsjerne.
Een serie interviews van Mulder met Friese schrijvers werden gebundeld in een boek met de titel Hwer hast it wei?  (1971). Verder maakte zij de teksten van de ‘miny-musical’  ‘De duvel hat syn dei’, opgevoerd door Roel Slofstra. De muziek was van Roel Slofstra en zijn vader Jan Slofstra; in 1980 werd er een elpee van het programma uitgebracht.
In 1963 schreef zij het cabaretprogramma Der wurdt op Jo past.

Waardering
Doorgaans werd het werk van Tiny Mulder door de critici positief ontvangen; ze werd gewaardeerd voor haar vakmanschap en persoonlijke inzet.
Tussen 1958 en 1970 kreeg zij vijf keer een Rely-Jorritsmapriis voor een verhaal, o.a. voor Nachttrein nei Chicago (1958) en voor Leaf Dinkje (1970). Diezelfde prijs werd haar tussen 1961 en 1969 zes keer toegekend voor een gedicht.
In 1986 werd zij voor haar literaire oeuvre beloond met de provinciale Gysbert-Japicx-priis, in het bijzonder voor de cyclus Oh in stêd, ah in lân.

Werk

Kinderboeken
1954: It boek foar de Fryske bern  (Het boek voor de Friese kinderen) (met Jant Visser-Bakker)
1957: Juffer Kuorkebier (Juffrouw Kuorkebier)
1959: In kibich span (Een dapper stel)
1975: De túnkabouter en oare fytmannen (De tuinkabouter en andere grappenmakers)
1976: 25 jaar Us eigen herntsje  (25 jaar Ons eigen hoekje) (2e druk 1977)
1981: Rare dokter Dingdong (Rare dokter Dingdong)

Poëzie

1962: Oranje paraplu
1965: Viadukt (Viaduct)
1968: Wite swan – swarte swan (Witte zwaan – zwarte zwaan)
1975: Op slach fan tolven (Zo dadelijk is het twaalf uur)
1983: Oh in stêd, ah in lân – In cyclus (Oh een stad, ah een land – Een cyclus)
1986: Tinkskrift – samle gedichten (Gedenkschrift – verzamelde gedichten)
2001: Bitterswiet – samle fersen (Bitterzoek – verzamelde gedichten)

Romans

1981: Tin iis (Gevaarlijk ijs)
1987: Gevaarlijk ijs (vertaling )
1991: In moaie leeftyd (Een mooie leeftijd)

Verhalenbundel

1998: De bêste Fryske ferhalen (De beste Friese verhalen)

Allerlei

1971: Hwer hast it wei – petearen mei skriuwers (Waar heb je het vandaan – gesprekken met schrijvers)

Prizen


Rely Jorritsma-priis

1958: voor verhaal Nachttrein nei Chicago (Nachttrein naar Chicago)
1961: voor gedicht beam fan it biminnen (boom van het beminnen)
1962: voor gedicht brief encounter
1963: voor gedicht nettsjinsteande (Niettegenstaande)
1965: voor gedicht Reisboek
1966: voor gedicht Ars Brevis
1967: voor verhaal Wykein by de Donetti's (Weekend bij de Donetti’s)
1968: voor verhaal Machtich as de miggen (In groten getale)
1969: voor gedicht La mise en mots
1970: voor verhaal Leaf dinkje (Lief popje)

Gysbert Japicxprijs
1986: Voor haar hele oeuvre, maar met name voor de dichtbondel Oh in stêd, ah in lân

Meer informatie
Brochure 10 books from Friesland 2016

Meer informatie over boeken geschreven door Tiny Mulder op de Friese literatuursite van Jelle van der Meulen.

© Tresoar, 29 maaie 2006